010-4189868 support@gertin.nl

Ons verhaal

Achtergrond
Mijn naam is Gerard Nederpel (1941). Eén van de dingen die mijn vrouw Tineke (1953) en ik gemeen hebben is ons geloof in God. God speelt een hele belangrijke rol in ons leven als onze Begeleider. Dat is ook wat wij delen met Jamin Muliru uit Kenia. Over de jaren hebben wij hem en zijn familie leren kennen als zeer godsvruchtige mensen. Dat is wat hen elke dag weer kracht geeft om te overleven. Dat zij dit, onder zulke leefomstandigheden, volhouden is iets waarvoor wij groot respect en bewondering hebben.

Mijn reis naar Kenia
Van 29 juli tot 6 augustus 2015 heb ik Jamin Muliru en zijn familie in hun ‘rural home’ in Kakamega County bezocht en in hun lemen huisje van ca. 5 x 6 meter, zonder stromend water of sanitair, gewoond (zie foto). Ik heb een goede indruk gekregen hoe zij, hun familieleden en buren daar wonen en (over)leven. Ik heb in mijn carrière veel gereisd en zo’n 68 landen bezocht, waaronder veel derde wereldlanden. Toch heb ik nooit de armoede van zo nabij meegemaakt. Deze ene week in West Kenia heeft op mij een onvergetelijke indruk gemaakt. Wat hebben wij, in vergelijking met hen, een fantastisch rijk leven hier in Nederland. Daarom zijn Tineke en ik in actie gekomen. Wij hebben de stichting Gertin opgericht om de kansarme mensen en kinderen te helpen om jiggers te verslaan.

Hoe armoedig is echte armoede?
Iemand hoorde ik ooit een keer op de TV zeggen dat wij in het westen soms bereid zijn om een klein gedeelte van wat wij hebben aan een goed doel te geven, terwijl arme mensen het kleine beetje dat zij hebben met elkaar delen. Dat is precies zoals Jamin en zijn broer Benard (Ben) altijd hebben geleefd. Zij denken eerst aan anderen en dan pas aan zichzelf. Dat werd mij heel duidelijk toen ik een paar keer met Ben sprak. Ben is 45 jaar oud en heeft een piepklein winkeltje langs de weg waar de rest van de familie Muliru woont. Hij is een enorm opgewekte vent die je altijd begroet met een brede glimlach op zijn gezicht (zie foto). Om een indruk van het alledaagse leven te krijgen, heb ik een aantal gesprekken met hem gevoerd. Eén van de dingen die ik wilde weten, was wat hij zoal verkocht en wat de prijzen daarvan waren.

De prijzen in het lokale winkeltje
Ben gaf mij de volgende informatie. ‘Cooking oil’ inkoop (per 20 liter) €25,00. Verkoop €36,00. Arme mensen hebben geen geld om 20 liter te kopen, dus verkoopt hij de olie in flesjes van 30cl, 50cl en één liter. Winst over 20 liter €11,00.
Maismeel (hun hoofdvoedsel) inkoop per zak van 2kg €1,00. Verkoop €1,20.
Suiker inkoop per 50kg €45,00. Verkoop per 1 kg €1,00. Winst over de 50 kg €5,00.
Een kop melk verkoopt hij voor €0,20, een ei voor €0,15 en een kindersnoepje is €0,05.
Ben werkt 7 dagen van de week, 365 dagen van het jaar, van 6 uur ‘s morgens tot 9 uur ’s avonds voor een inkomen van (houd u vast) €40,00 per maand.

Over echt mededogen gesproken
Tijdens een van mijn gesprekken met Ben kwam er een klein jochie naar de getraliede raamopening toe. Heel bedeesd vroeg hij iets aan Ben. Ben wenkte naar mij om eens te komen kijken. Hij liet zien hoe armoedig dat ventje was gekleed en erg schoon was hij ook niet. Ben vertelde dat je aan hem kon zien, hoe arm hij het thuis had. Hij zei: ‘dat ventje vroeg om een kopje suiker, maar hij had geen centjes bij zich. Ik heb het aan hem gegeven, want wat moet ik anders doen, hem wegsturen?’ Toen ik vroeg of hij ooit zijn geld zou terugzien, zei Ben dat hij iedereen uit de omgeving die iets bij hem koopt, kent en vertelde dat, als die mensen wat geld krijgen, zij hem zullen terugbetalen. Een ander verhaal van Ben dat mij tot in mijn ziel raakte, was het volgende. Vijf jaar geleden werden twee broers (geen familieleden) van 5 en 7 jaar oud opeens wezen omdat hun vader, die een Boda Boda was (een taxi service per motorfiets), door een verkeersongeluk overleed. De vrouw van die man was niet hun echte moeder, dus zij besloot er vandoor te gaan. Daar zaten die jongens dan in een vervallen hutje. Ben en Jamin hebben hen onder hun hoede genomen. Zij zijn nu 10 en 12 jaar oud, zitten op school en het gaat goed met ze. Een soortgelijk iets gebeurde met een meisje van 11. Ben stelde zijn vrouw voor om haar in huis te nemen. Hun lemen huisje is net zo klein als dat van Jamin, maar toch hebben ze een kamertje voor haar gemaakt. Modesa is nu 17 jaar oud en het gaat heel goed met haar. Zijn dit geen ontroerende voorbeelden van delen met anderen van het kleine beetje dat zij zelf hebben? Ik moet erbij vermelden dat Jamin deze verhalen, in al de 7 jaren dat wij hem kennen, ons nog nooit heeft verteld!

Waarom hebben wij zo’n groot vertrouwen in Jamin?
Zoals in zijn verhaal staat, kennen wij Jamin al sinds 2008 en is hij tijdens zijn studietijd diverse keren bij ons thuis geweest. Al de jaren dat wij hem nu steunen met zo’n €100 tot €150 per maand, hebben wij hem nooit kunnen betrappen op iets wat later niet waar bleek te zijn. Zoals ik al vertelde heb in mijn carrière veel gereisd en meer dan 60 landen bezocht, waaronder vele derde wereldlanden. Bijna overal loop je tegen corruptie aan. Voor heel arme mensen heb ik daar nog wel begrip voor, want wat moet je wanneer je niets hebt? Maar van tijd tot tijd kom je in die landen ook echte pareltjes van mensen tegen. Jamin is er zo een. Goudeerlijk. Het komt niet in hem op om zich iets toe te eigenen dat niet van hem is. Tijdens een van onze gesprekken vertelde zijn broer Ben mij terloops dat zij als kleine jongetjes, hoe arm zij vroeger ook waren, nooit iets hebben gestolen. Ik vond dat een opmerkelijke uitspraak als je beseft hoeveel honger zij hebben geleden toen zij klein waren.

Wat wij sinds 2015 en in 2016 voor Gertin hebben ondernomen
In augustus 2015 zijn wij begonnen om Jamins verhaal te redigeren en in het Nederlands te vertalen. Zijn verhaal plus de bestanden en foto’s van totaal zo’n 30 pagina’s hebben wij per brief naar al onze persoonlijke contacten en ook naar 25 nationale dag- en streekkranten gestuurd. Helaas heeft geen van deze bladen iets gepubliceerd. Dezelfde informatie stuurden wij ook naar alle grote internationale hulpinstanties. Van de meeste ontvingen wij een beleefd briefje dat zij ons project wel interessant vonden, maar dat zij helaas geen budget (meer) beschikbaar hadden of verzonnen een ander excuus. Alleen ‘de Wilde Ganzen’ nodigde ons uit voor een gesprek in Hilversum. In principe willen zij 2/3 van de benodigde fondsen beschikbaar stellen als wij 1/3 bij elkaar kunnen brengen. Wel stellen zij een aantal voorwaarden waaraan ons project waarschijnlijk niet aan zal kunnen voldoen. Bijvoorbeeld zou er een speciale kliniek moeten worden gebouwd en artsen zouden de mensen met jiggers moeten behandelen, niet leken. In onze ogen kun je dat soort geld beter aan behandelingen uitgeven dan een gebouw neerzetten.

Gezondheidsbeurs
Een lichtpunt in onze brievencampagne was dat wij een gratis stand kregen aangeboden van de Gezondheidsbeurs die in februari 2016 gedurende 4 dagen plaats vond in de RAI in Utrecht. We hebben grote foto’s laten maken over het jigger probleem en, met behulp van een vriend, de stand ingericht. Tijdens de 4 beursdagen hebben een paar andere vrienden ons geholpen om de langskomende mensen over te halen hun e-mailadres achter te laten zodat wij hen naderhand de volledige documentatie konden toesturen. Dat deden uiteindelijk 140 mensen die, een week na de beurs, een persoonlijke e-mail van ons kregen toegestuurd. Eén echtpaar stuurde ons een eenmalige donatie van €500,00. Eén dame, Wilma de Bruin, beloofde om geld in te gaan zamelen tijdens de Nijmeegse vierdaagse die zij in juli 2016 van plan was te gaan lopen. Zij heeft dat inderdaad gedaan en verzamelde €1130,00. Jamin was daar erg blij mee, alhoewel eenmalige donaties, hoe goed ook bedoeld, geen oplossing bieden voor ons meerjarig project met als doel om 22.000 kinderen te genezen van het vreselijke jigger probleem.

Hier heeft Gerard een week lang bij de familie Muliru gewoond. Het huisje bestaat uit een woonkamer en twee slaapkamers, geen keuken, toilet of badkamer.

Jamin Muliru (links) met zijn altijd glimlachende broer Ben. Jamin had speciaal zijn Oranje shirt
aangetrokken dat hij uit Nederland had meegenomen als aandenken.

Het kleine winkeltje van Ben

Onze eenvoudige, maar indrukwekkende,
stand op de Gezondheidsbeurs in de RAI in februari 2016.

Our Story

About us
My name is Gerard Nederpel (1941), writer of this letter. One of the things my wife Tineke (1953) and I have in common is our belief in God. HE plays an all-important role in our lives as our Guide. That is also what we share with Jamin. Over the years we have got to know him and his family as very devout people. It is their faith in God that gives them the strength to survive on a day to day basis. That they, under such living conditions, maintain their unwavering belief in Him is something we greatly admire.

My trip to Kenya
From 29th July until 6th August 2015 I visited Jamin and his family in their rural home in Kakamega County in Western Kenya and stayed with them in their small clay built house of about 5×6 metres without running water or sanitation (see photo). I obtained a good impression how they and their neighbours around them live and try to survive. During my career I have travelled a great deal and visited about 68 countries, among which quite a few third world ones. Yet, I have never come into such close contact with real poverty. This one week has made a lasting impression on me. Don’t we have a fantastic rich life in the Western World by comparison? That is why Tineke and I decided to take action. We set up the Gertin Foundation in order to help the disadvantaged people and children in Western Kenya to beat the menace called Jiggers.

How poor is real poverty?
Once I heard someone in a the Dutch TV programme say that we in the West are sometimes prepared to donate a small part of what we have for a good cause, whilst poor people share the little they have with each other. That is exactly how Jamin and his brother Benard (Ben ) have always lived. They first think of others before they think of themselves. That became very clear to me when I spoke with Ben a few times. Ben is 45 years old and has a tiny grocery shop along the road where the family Muliru lives (see photo). He is a very cheerful chap who always greets you with a big smile on his face (see photo). In order to get an impression of everyday life I had a few conversations with him. One of the things I wanted to know was what the various prices were of the things he sells.

Prices in the local grocery shop
Ben gave me the following information. Cooking oil: wholesale price (per 20 litres) €25,00. Because poor people have no money to buy 20 litres at the time, he sells the cooking oil in small bottles of 30cl, 50cl and one litre. Total profit per 20 litres: €11,00. Maize flour (their staple food). Wholesale per bag of 2kg €1,00. Sales price €1,20. Sugar: wholesale price per 50kg €45,00. Sales price per 1 kg €1,00. Profit per 50 kg €5,00. A cup of milk costs €0,20, an egg is €0,15, a bar of soap €1,00 and a children’s sweet €0,05. Ben works 7 days a week from 6 a.m. until 9 p.m. for a monthly income of (hold on) €40,00 per month.

Talking about compassion
During one of my conversations with Ben, a small boy appeared at the barred window opening. Very timidly he asked Ben something in Swahili. Ben asked me to come over to have a look at him. He showed me how poorly this boy was dressed and also he did not look very clean. Ben explained that from his appearance one could see how poor the small boy really was. He said: “the little chap asked for a cup of sugar, but he did not have any money on him. I have given him the sugar, what else can I do, send him away?” When I asked if he would ever get his money back Ben simply said that he knows everyone personally in the neighbourhood who buys groceries from him and said that if these people get some money, they will pay him back. A story with really touched me was the following. Five years ago two brothers (no family) who were 5 and 7 years old at the time suddenly became orphans because their father, who was a ‘Boda Boda’ (a taxi service by motorbike) was killed in a traffic accident. The wife of the man was not their real mother, so she decided to take off. Jamin and Ben took them under their wing. They are now 10 and 12 years old, are going to school and they are both doing well. A similar thing happened with a girl of 11. Ben talked to his wife whether to take her into their home. Their clay built dwelling is just as small as that of Jamin, but they made a room available for her. Modesa is now 17 years old and she is doing well. Aren’t those moving stories of sharing with others of what little they possess? I must add that Jamin, in all the 9 years that we have known him, never told us any of this!

Why do we have such great trust in Jamin?
As mentioned in his story Tineke and I have known Jamin since 2008. During his study he visited us several times in our home in Rotterdam. In all the years that we supported him with about €100 to €150 per month, he has never told us anything which later appeared not to be true. As already mentioned I have travelled extensively during my career and visited quite a few third world countries. Nearly everywhere one meets corruption. For poor people I can even understand it because what do you do when you have nothing? However, from time to time one meets a real gem of a person. Jamin is one of those. He would never claim anything which isn’t rightfully his. His brother Ben told me in passing that however poor they were in their youth, they never stole anything. I found that remarkable if one realises how much they were confronted with hunger when they were little.

What activities have we undertaken with Gertin since August 2015
In August 2015 we started to edit Jamin’s story and thereafter translated it into Dutch. His story, other attachments and photographs, a total of about 30 pages, we sent by ordinary mail to all our personal contacts as well as to 25 National and Regional newspapers in the Netherlands. Unfortunately, none of these newspapers published anything. The same information was also sent to all the major International and Dutch foreign aid agencies. From most of them we received a polite e-mail to say that they found our project interesting, but that they either had no budget available (anymore) or invented some other excuse. Only the Dutch Aid Agency ‘de Wilde Ganzen’ (‘the Wild Geese’) invited us for a meeting. They told us that, in principle, they are willing to finance two thirds of the necessary funds, provided we were able to put up one third. However, they set a number of conditions which our project is not likely to be able to meet. For example, they stipulate that a special clinic should be built and that only doctors should treat people with jiggers, not laymen. In our opinion one can better spend that kind of money on treatments rather than on a building and other expensive overheads.

Health Fair
A bright spot in our letter campaign was that we were offered a free stand at a 4 day Health Fair which took place in February 2016 in Utrecht. We had large, dramatic pictures made which showed the Jigger problem in detail. With the assistance of a friend we put up our stand (see photo). During the four exhibition days a few other friends helped us to talk to visitors to try to get them to leave their email address so that we could send them the complete documentation afterwards. In the end 140 people did so and a week after the fair we sent each of them a personal e-mail. One couple donated € 500.00. One lady, Wilma de Bruin, promised to raise money during the well-known 4 day walking event at Nijmegen which is held there every year. She intended to take part in July of that year and have herself sponsored under the theme ‘that one cannot walk with infected and sore feet’. She did indeed what she had promised and managed to collect € 1,130.00 in total. Obviously Jamin was extremely happy with that donation. Having said that, one-time donations, however well meant, are not a solution to our 4,5 to 5 year project with the aim to help 22,000 small children to get rid of their terrible Jigger problem.

In this mud house of the family Muliru Gerard has stayed in for a week. The house has a lounge and two bedrooms, but no kitchen, toilet or bathroom.

Jamin on the left and his always smiling brother Ben. Jamin wears his Dutch National Orange football shirt which reminds him of his time in Holland.

Ben’s small grocery shop

Our simple but impressive stand at the Health Fair in Utrecht in February 2016.