010-4189868 support@gertin.nl

Het levensverhaal van Jamin Muliru

Achtergrond
Tijdens Gerards bezoek aan Jamin Muliru in augustus 2015 vroeg hij aan Jamin of hij zijn levensverhaal wilde vertellen. Zijn verhaal is wel wat lang geworden, maar het geeft de lezer een goede indruk wat het is om als arm en vrijwel kansloos kind in Kenia op te groeien. Het doorzettingsvermogen en positiviteit van Jamin is ongelooflijk. Wij vinden het een eer om hem onze vriend te mogen noemen.

De strijd in mijn jeugd
Mijn naam is Jamin Shitsukane Muliru. Ik ben geboren op 21 mei 1968 in Kakamega County in West-Kenia. Ik ben het vijfde kind in een familie van 15 broers en zussen, van wie sommigen zijn overleden. Toen ik werd geboren, waren de dingen nog niet zo slecht. Mijn vader leefde nog en als kind verwachtte ik dat er goede dingen zouden gebeuren. Echter, mijn vader stierf in 1976 toen ik 8 jaar oud was. Ik begreep niet precies wat er aan de hand was, maar ik besefte wel dat er een groot probleem was. De realiteit was dat mijn moeder alleen achterbleef. Omdat haar ouders geen geld hadden, is zij nooit naar school geweest. Daarom kan zij niet lezen of schrijven en dus was het moeilijk voor haar om werk te vinden. Het was dan ook een groot probleem voor haar om voor zo’n grote familie te zorgen. Ook moest zij dit helemaal alleen doen, omdat onze andere familieleden hadden besloten om er niet bij betrokken te raken. Blijkbaar hadden de familieleden geoordeeld dat de problemen van het opvoeden van zoveel kinderen hun financiële middelen te boven zou gaan. Vreemd genoeg zochten deze familieleden weer contact met mij nadat ik mijn universitaire studie had afgerond. Mijn moeder werkte bij mensen op het land. Zij bewerkte het land door te wieden en gewassen te planten. Soms deed zij ook huishoudelijk werk. Zij pakte van alles aan om ons van eten te voorzien. Eén van de dingen die ze vaak deed was in plaats van haar lunch zelf op te eten, bewaarde zij die om mee naar huis nemen om het aan ons te kunnen geven. Toen we naar school gingen, werd alles nog moeilijker. Er waren tijden dat er absoluut niets te eten was wanneer wij thuis kwamen. Het was een hele moeilijke tijd om in zulke bittere armoede te leven.

Mijn eerste school
Net als mijn broers en zussen moest ik naar school. Ik ging naar de dagschool ‘Lusui Primary (basis) School.’ In 1986 kwalificeerde ik mij voor een school voor uitzonderlijke studenten, genaamd de ‘Musingu High School.’ Toen ik de toelatingsbrief van de school ontving, voelde ik me heel trots. Wij waren echter niet in staat om het schoolgeld van zo’n prestigieuze school te betalen. Er scheen zelfs geen hoop voor mij te zijn om naar de lokale school te gaan. Gelukkig werd ik, na alles op alles te hebben gezet, toegelaten tot de ‘Makhokho Secondary School’ (een dorpsschool). Alhoewel de kosten voor deze school laag waren, kon mijn moeder zich ook dit niet veroorloven. Daarom werkte zij bij deze school door de tuin bij te houden, waarvoor zij €4,00 per maand ontving. Dit werd dan automatisch bijgeschreven als bijdrage aan mijn schoolgeld.

Het schoolgeld zelf verdienen
Hier een voorbeeld van wat ik zelf deed om aan schoolgeld te komen: Mijn broer en ik hadden thuis een aantal eucalyptusbomen geplant. In de loop der jaren waren zij erg groot geworden. Ik vroeg het hoofd van de school of ik het schoolgeld in natura mocht betalen door hem het hout van de bomen te leveren. Hij ging akkoord. Tijdens avonden en weekenden heb ik een aantal bomen omgehakt en het hout opgestapeld. Dit nam behoorlijk wat tijd in beslag. Op een dag, toen ik op school zat, werd ik uit de klas geroepen en gaf het hoofd van de school mij de opdracht om het hout met de klaarstaande vrachtwagen te gaan ophalen en het naar school te brengen.

Het eindexamen in gevaar
Tot aan de vierde klas bleef het schoolgeld een moeilijk probleem. In de 4e klas wordt er van je verwacht je in te schrijven voor het eindexamen, maar ik was niet in staat om het geld bij elkaar te brengen en ook had ik nog een achterstand met het gewone schoolgeld. Daarom weigerde het hoofd van de school mij aan te melden voor het eindexamen. Hij vertelde me dat hij mijn naam niet naar de ‘Kenya National Examination Council’ (exameninstituut) wilde sturen. Het was uiteraard moeilijk voor mij dat ik na 4 jaar studeren niet in staat was om examen te doen. Juist ook omdat ik in die 4 jaar heel hard had gewerkt, had deze situatie een grote impact op mij. Ook had ik gedurende deze 4 jaar altijd het beste resultaat behaald bij de overgangsexamens aan het einde van elk jaar, behalve voor één korte periode nadat ik een ongeluk had gehad en een maand van school moest wegblijven om te herstellen. Op de een of andere manier slaagde ik er toch in om het examengeld bij elkaar te schrapen. Toch weigerde het hoofd van de school nog steeds om mij voor het eindexamen aan te melden. Mijn beste vak op school was wiskunde. Toevalligerwijs was mijn wiskundelerares de vrouw van het hoofd van de school. Ik besloot naar haar huis te gaan en legde haar mijn situatie uit. Ik vertelde haar dat ik geen eindexamen mocht doen, ondanks het feit dat ik nu wèl het examengeld kon betalen. Zij vroeg me om de volgende ochtend naar het hoofd van de school te gaan. De volgende dag ging ik dus naar het kantoor van het hoofd van de school. Hij zei niets tegen me, maar strekte zijn hand uit voor het geld. Toen schreef hij mijn naam op het examen registratieformulier en gaf het aan mij terug. Dat was een hele gelukkige dag voor mij. Blijkbaar had zijn vrouw hem ervan overtuigd om mij in te schrijven omdat ik heel goed in wiskunde was. Zonder haar hulp zou ik niet zijn geregistreerd om deel te nemen aan het examen van ‘Kenya Certificate of Secondary Education (KCSE).’ Dat zou het einde zijn geweest van mijn studies.

De universiteit en het geldprobleem
Van de 80 studenten hadden slechts 2 studenten zich gekwalificeerd om te worden toegelaten tot de universiteit. Ik was één van die twee. Ik voelde me zo trots. Ik beschouwde het als God die Zijn wonderen deed. Dat was geweldig. Ik had mij gekwalificeerd om naar de ‘University of Nairobi’ in Nairobi te gaan om een ‘bachelor’s degree’ te behalen. De onderwerpen die ik koos waren Aardrijkskunde en Sociologie. Hoewel ik mijzelf had gekwalificeerd, was ik zo arm dat ik niet eens een schooltas had om mijn boeken in te vervoeren, laat staan de €6,00 voor vervoer naar de universiteit. De persoon die mij het geld hiervoor gaf, was mijn parlementslid Joseph Mugalla. Ik liep een paar kilometers naar zijn huis, legde hem mijn situatie uit en kreeg €20,00 van hem. Daardoor kon ik aan mijn leven aan de universiteit te beginnen.

Geld bleef een groot probleem.
Toen ik op de universiteit zat, kreeg ik tijdens het eerste en tweede jaar een lening. Deze lening kwam van de ‘Higher Education Loans Board,’ een orgaan dat leningen verstrekt aan studenten. Maar na mijn tweede jaar werd de lening, wegens bezuinigingen, gereduceerd en kregen de studenten het advies om financiering ergens anders te zoeken. Eén manier om aan geld te komen was door met een professor te praten, die uit mijn omgeving kwam: Professor Muganzi. Hij kende mijn moeder, had ook mijn vader gekend, wist hoeveel kinderen er waren in onze familie en kende ons armoedeprobleem. Dus vroeg ik hem of hij aan de Universiteit zou willen vragen om mij een beurs van 6.000 KES (€60,00) te geven om me in staat stellen verder te gaan met mijn studie. Hij schreef een brief aan de universiteit en ik ontving de beurs. Het daaropvolgende jaar, het 4e jaar, was ik niet zo gelukkig. De professor was zo vriendelijk om wederom een brief te schrijven, maar ik kreeg de beurs niet. Ik benaderde het parlementslid van mijn kiesdistrict Ikolomani, de heer Joseph Mugalla die ik al eerder heb genoemd. Mr. Mugalla was ook de secretaris-generaal van de ‘Central Organisation of Trade Unions’ (vakbonden) (COTU). Ik vroeg hem of ik eventueel voor zijn organisatie zou kunnen werken. Ik zei dat ik bereid was om in de avonduren, tijdens de weekends en schoolvakanties te werken om het geld voor de universiteit, KES 6.000,00 (€60,00), plus een beetje meer voor briefpapier, kleding en soms voor voedsel, bij elkaar te verdienen. Hij was zo goed om mijn aanbod te accepteren en zo heb ik het geld voor het resterende jaar bij elkaar verdiend.

Geslaagd!
Uiteindelijk kwalificeerde ik met een ‘Second Class Honours degree, Upper Division in Geography and Sociology.’ Dat was wederom een grote hindernis die ik had genomen; presteren op de Universiteit ondanks heel moeilijke omstandigheden. Om dit te illustreren: soms had ik een paar dagen honger omdat ik geen €0,30 had om op de campus iets te eten te kopen.
De reden hiervoor was dat ik ook het schoolgeld betaalde voor mijn twee broers Benard en Salomon, die op dat moment allebei op de middelbare school zaten. Dus nam ik het geld, bedoeld voor mijn onderhoud, ging naar de scholen van mijn broers, betaalde hun schoolgeld en keerde dan terug naar Nairobi. Op deze wijze had ik geen of weinig geld over en had wederom honger. Vanwege al deze uitdagingen beschouw ik mijn voltooiing van het universitair onderwijs als een grote prestatie in mijn leven.

Het begin van mijn carrière
Na mijn studie ging ik terug naar mijn MP (parlementslid) Joseph Mugalla en vroeg hem of hij mij een baan zou kunnen geven om te kunnen overleven. Hij wilde me weer helpen! Ik ben begonnen in de boekhouding als klerk, toen werd ik een boekhoud assistent en uiteindelijk, na het volgen van een cursus boekhouding in Israël, accountant. Helaas kwam er in 2005 een einde aan mijn baan omdat Mr. Mugalla overleed. Voor zijn overlijden had hij het COTU leiderschap overgedragen aan een nieuwe secretaris-generaal, die allemaal nieuwe mensen aanstelde. Daarna bleef ik bijna 2,5 jaar lang zonder werk. Gedurende die tijd besloot ik om leraar religie te worden door het geven van catechismusklassen voor Quakers. Ik was namelijk door mijn moeder opgevoed als een Quaker en tot aan de dag van vandaag ben ik dat nog steeds.

Ons leven in een ‘ongeplande woonwijk’ in Nairobi
In 1999 heb ik mijn vrouw Rose ontmoet. Onze zoon Carlos is geboren in 2000 en onze dochter Sandrah in 2005, ironisch genoeg het jaar dat ik werd ontslagen als accountant. Gedurende deze jaren woonden we in Nairobi in een wat een ‘ongeplande woonwijk’ wordt genoemd. Dat is iets beter dan een sloppenwijk, maar niet veel. Ik ben bekend met sloppenwijken omdat ik tussen 1995-1998 in verscheidene sloppenwijken van Nairobi heb gewoond, zoals; ‘Kwangware Slum’, ‘Huruma Slum’ (in Kiswahili betekent ‘Huruma’ genade of barmhartigheid…!) en ‘Mathare North Slum’. Een sloppenwijk wordt gekenmerkt door huizen met muren gemaakt van golfplaten en het is heel normaal dat er ongezuiverd rioolwater vlak langs de huizen stroomt. Een ongeplande woonwijk is een beetje beter in die zin dat het een iets betere behuizingen heeft. Het is er iets schoner en een klein beetje veiliger met betrekking tot diefstal en geweld. Om aan geld te komen ben ik bezig geweest mensen Multi-Level Marketing te leren. Ook heb ik geleerd hoe je een acupunctuur machine moet gebruiken. Ik kocht een boek daarover, kocht een acupunctuur-machine en behandelde mensen met verschillende aandoeningen. Op een gegeven moment ben ik een kleine kiosk begonnen waar ik onder meer melk, suiker, luciferdoosjes en andere kleine dingen verkocht. Dat waren de  verschillende manieren waardoor ik kon overleven en voor mijn familie kon zorgen.

I.S.S. Den Haag
Gedurende die tijd ontmoette ik een oude vriend van de universiteit die me vertelde dat hij erin was geslaagd om bij een universiteit in Nederland te gaan studeren. Ik was meteen geïnteresseerd en vroeg hem om mij meer informatie te geven. Blijkbaar waren er beurzen beschikbaar. Niet iedereen komt hiervoor in aanmerking. Het al of niet toegelaten worden hangt af van de omstandigheden van elke aanvrager. Zo is mijn avontuur in Nederland begonnen. De universiteit was het ‘Institute of Social Studies (ISS)’ in Den Haag. Eerst moest ik mij voor deze studie aanmelden. Pas als ik aangenomen was kon ik mij opgeven om in aanmerking te komen voor een beurs. Het was een moeilijk proces, maar uiteindelijk had ik het geluk dat ik werd geaccepteerd. Toen ik in 2007 een beurs kreeg toegewezen van ISS in Den Haag, sprak ik daarover met mijn vrouw. Ik wilde namelijk haar steun krijgen, want met alle problemen waarmee we te maken hadden in Nairobi was het erg moeilijk om haar met de twee kinderen alleen achter te laten. Rose vertelde me dat als het Gods bedoeling was dat we die weg moesten bewandelen, we deze beter konden nemen. De graad van ISS in Den Haag was een ‘Master of Arts degree in Development Studies,’ met als specialisatie bevolking, armoede en sociale ontwikkeling. Armoede is iets wat ik mijn hele leven meegemaakt heb en wat nog steeds om mij heen zweeft. Vandaar dat ik besloot om juist armoede te gaan studeren; de oorzaken ervan, hoe het zich ontwikkelt en, nog belangrijker, hoe eraan te kunnen ontsnappen.

Mijn ontmoeting met Gerard en Tineke
Nadat ik in Den Haag was aangekomen en met mijn lessen was begonnen, was één van de eerste dingen die ik wilde weten of er een Quaker gemeenschap in de buurt was. Gelukkig was er zo’n gemeenschap in Den Haag. Hier ontmoette ik Gerard & Tineke Nederpel. Ze waren direct zo belangstellend en warm voor mij en daarom voelde ik mij tot hen aangetrokken. Gedurende de tijd die ik in Nederland doorbracht, hadden we regelmatig contact met elkaar. Gerard was zo vriendelijk om mij verschillende interessante plaatsen in Nederland te laten zien, waar hij mij trots een aantal bijzondere dingen liet zien.
Zo bezochten wij Neeltje Jans in Zeeland, de stormvloedkering in de Nieuwe Waterweg bij Maassluis toen het die dag werd gesloten (wat slechts één keer per jaar gebeurt), de Afsluitdijk en een paar andere dingen die Nederland zo bijzonder maken. Daarnaast ondernamen Gerard en Tineke actie met sommige andere Quakervrienden, toen zij zich er achter kwamen met hoe weinig geld ik probeerde rond te komen en daarmee ook nog mijn familie in Kenia probeerde te ondersteunen. Ik herinner me ook hoe zij een keer met een bos bloemen bij mij op bezoek kwamen in Den Haag, nadat ik een ongeval met mijn fiets had gehad.

Mijn andere werkzaamheden in Nederland
Tijdens mijn verblijf in Nederland heb ik ook hand- en spandiensten voor een aantal andere Quakervrienden gedaan waarvoor ze mij betaalden. Op deze manier slaagde ik erin €1000,00 te sparen die ik in december 2008, toen ik mijn studie had afgerond, met mij mee terug naar Kenia wilde nemen. Maar er ging iets mis in het banksysteem toen ik probeerde het geld naar Kenia over te maken. Het geld was weg. Ik wist niet wat ik hieraan kon doen en vroeg Gerard om hulp. Tineke en hij leenden me onmiddellijk de €1000,00. Gerard sprak met de bank en loste het probleem op. Na mijn terugkeer in Kenia heb ik hen het geld meteen terugbetaald.

Mijn terugkeer naar Kenia
Na mijn terugkomst in Kenia duurde het enige tijd voordat ik een baan kreeg. Uiteindelijk had ik het geluk om een baan te krijgen bij het ‘Ministry of Youth affairs and Sports’ (Ministerie van Jeugd en Sport) bij de centrale regering als een ‘Youth Officer’ (jeugd ambtenaar). Ik was gevestigd in Murang’a in Centraal-Kenia. Ik heb dit werk van 2010 tot 2013 gedaan. Mijn verantwoordelijkheden omvatten:

  • Implementatie van ‘Youth Employment Programmes’ (programma’s met betrekking tot werkgelegenheid voor jongeren).
  • Entrepreneurship Training (ondernemerschapstraining) jongeren.
  • Implementation of Youth Internship Policy (uitvoering van stageplaatsen voor jonge mensen).
  • Het uitvoeren van ‘Youth Empowerment Clinics’ in partnerschap met belanghebbenden.
  • Het bewust maken van jongeren van HIV / AIDS en andere seksuele aandoeningen.
  • Implementatie van de ‘Youth Volunteer Scheme’ (vrijwilligers programma voor jongeren).
  • Samenwerking met de belanghebbenden voor ‘Youth Environment, Conservation and Management.’
  • Het uitvoeren van campagnes over de gevaren van misdaad, drugs en drugsmisbruik.
  • Finaliseren van een actieplan voor ‘jeugd met speciale behoeften’ en ‘jeugd en de verschillen tussen de beide geslachten’.
  • Het toezicht houden en evalueren van de gebruikmaking van geldmiddelen en fondsen.
  • Het toezicht houden en evalueren van de impact van kleine beurzen en subsidies voor jeugdgroepen.

Mijn aanstelling en ontslag als Minister in ‘County Government’
In 2013 nam ik ontslag van de baan bij het ‘Central Government Ministry’ (centrale overheid) omdat ik een advertentie had gelezen over een positie van Minister in ‘the County Government of Kakamega’ (provinciale regering van Kakamega). Ik moest een lang proces doorlopen van gesprekken en interviews en ik werd doorgelicht door de ‘County Assembly’ (provincie comité). Na dit proces ging het resultaat terug naar de gouverneur. Ik had een interview met hem en zijn afgevaardigde. Uiteindelijk werd ik door de gouverneur benoemd en werd ik beëdigd (zie foto).
Dit was iets heel bijzonders want er waren oorspronkelijk 1.200 sollicitanten waarvan er 120 werden gekozen voor een eerste gesprek. Van dit aantal werden er slechts 10 benoemd en ik was één van hen! Het was een groot wonder dat ik werd gekozen, omdat de meeste andere kandidaten tijdens de verkiezingscampagne van de gouverneur aan zijn campagne hadden deelgenomen. Ik had dit niet gedaan en daarom dacht ik dat ik vrijwel geen kans had om te worden gekozen. Dus uit al diegenen die in mijn kiesdistrict van Ikolomani van circa 100.000 mensen hadden gesolliciteerd, kwalificeerde ik me, kreeg ik de baan. Dit was zo iets speciaals. Dit overtuigde me ervan dat niets onmogelijk is in deze wereld.

Mijn verantwoordelijkheden als Minister
Om een idee te geven wat mijn taken als minister voor Arbeid, Sociale Diensten, Cultuur, Jeugd, Sport en Kinderen waren heb ik het volgende overzicht gemaakt:

  • Formulering en presentatie van de notities van het kabinet, vergaderingsnotulen en andere beleidskwesties afkomstig van mijn ministerie aan het kabinet, County Assemblee en de Senaat
  • Reageren op County vergaderingen of op vragen van de senaatscommissie
  • Het verstrekken van aanwijzingen en het begeleiden van het State Department over te voeren beleidskwesties
  • Het benoemen van Raadsleden voor openbare instellingen die onder mijn ministerie vielen in overeenstemming met hun respectievelijke statuten
  • Implementatie van National ‘Manpower’ (arbeidskrachten), Beleid en Ontwikkeling
  • De uitvoering van het werkgelegenheidsbeleid
  • Arbeidsverhoudingen
  • Bevordering van de eigen werkgelegenheid in micro-ondernemingen
  • Industriële training
  • Toegepaste technologie
  • Uitvoering van het beleid over gelijkheid van vrouwen en mannen, kinderen en sociale ontwikkeling
  • Gelijkheid van vrouwen en mannen in de ontwikkeling van de County
  • De ondernemingsgeest van vrouwen steunen
  • Promotie en coördinatie van vrijwilligerswerk
  • Sociaal welzijn voor kwetsbare mensen
  • Gemeenschappelijke ontwikkeling
  • Programma’s voor kinderen en ontwikkeling
  • Implementatie van nationaal erfgoed beleid
  • De uitvoering van het nationale cultuur beleid
  • Musea
  • Historische plaatsen
  • Bevordering van cultuur
  • Bibliotheek diensten
  • Ontwikkeling van beeldende kunst
  • Jeugdbeleid
  • Steun aan het ‘Youth Enterprise Fund’ (jeugd ondernemingsfonds)
  • Implementatie van sport beleid
  • Bevordering van sport
  • Ontwikkeling en coördinatie van sport
  • Uitvoering van het nationaal sociaal beleid
  • ‘Inter-County’ spelen

Mijn aanstelling en plotselinge ontslag
Het contract dat ik in juni 2013 had getekend, was voor een periode van 5 jaar. Ik kreeg een goed salaris. Ik verdiende namelijk netto 159.000,00 Keniaanse shilling per maand, dat is ongeveer €1.590,00. Daarnaast waren er aantrekkelijke vergoedingen voor elke dag die ik niet op mijn kantoor doorbracht. Omdat ik van tijd tot tijd Nairobi bezocht, reizen maakte naar Oeganda, Frankrijk en de Verenigde Staten, betekenden deze vergoedingen een aanzienlijk extra inkomen. Dit soort geld had ik in mijn hele leven nog nooit gezien. Met dit geld kon ik veel doen, maar niet om er een luxe leventje op na te houden. Ik wilde het gebruiken als basis voor een beter leven voor zowel mijn familie als voor de mensen in mijn ‘County’ (provincie). Toen ik minister werd, was ik de nummer drie in Kakamega County, een provincie van bijna 2 miljoen mensen. Ik heb deze functie bijna twee jaar lang uitgevoerd, toen op 17 maart 2015 de gouverneur die mij had benoemd, Mr. Wycliffe Oparanya plotseling, zonder voorafgaande waarschuwing, in een openbare persconferentie aankondigde dat hij zijn kabinet had heringedeeld en dat ik, samen met een andere County Minister, was vervangen. Met andere woorden: ik werd op staande voet ontslagen en mijn 5-jarig contract werd eenzijdig beëindigd. Een reden werd niet gegeven. Ik was plotseling zonder baan en zonder inkomen! Dit was een ontstellend grote schok voor mij, mijn familie en de mensen uit mijn kiesdistrict Ikolomani. In juni 2016 heeft de rechter een uitspraak gedaan dat dit ontslag onrechtmatig was. Het belangrijkste hiervan is dat mijn naam is gezuiverd. Of ik ooit nog geld zal zien, waar ik recht op heb, valt te bezien. De gouverneur heeft namelijk hoger beroep aangetekend!

Mijn status in mijn gemeenschap
Toen ik minister werd, werd ik geconfronteerd met de kwestie van status. Dat lijkt misschien wat vreemd voor iemand uit Nederland, maar ik zal het proberen uit te leggen. Eenmaal verheven tot de functie van County Minister, één van de hoogste functies in de provincie, wordt er op een heel andere manier naar je gekeken. Plotseling wordt het belangrijk in wat voor soort woning je woont, wat voor soort meubels je in huis hebt (voor bezoekers om op te zitten), het soort kleren dat jij en je gezin draagt, het soort auto waarin je rijdt (die ik niet heb en nog steeds niet bezit), enzovoort. Dat wordt allemaal beoordeeld, maar het gaat verder. Je gezinsleven wordt onderzocht. Vormen jij en je vrouw een gelukkig paar of is er onvrede in je huwelijk? Hoe staat het met de kinderen? Krijgen ze een goede opleiding, naar wat voor soort scholen gaan zij? Als de gouverneur ontdekt dat iemand onder erbarmelijke omstandigheden leeft, kan men zijn baan verliezen, eenvoudigweg omdat die persoon een schande is voor de provinciale regering. Met dit in gedachten keek ik naar mijn situatie. Ik ben gelukkig getrouwd met mijn vrouw Rose die mij door dik en dun steunt. Alle drie onze kinderen gaan naar goede scholen. Mijn vrouw en ik heb altijd van elke luxe in het leven afgezien, alleen maar om door de jaren heen (en met de hulp van Gerard & Tineke) het schoolgeld van de kinderen te kunnen betalen. Dus mijn familie stond boven alle kritiek. Maar hoe zat het met onze leefomstandigheden? Ons huisje op ons stukje grond was gebouwd van leem en golfplaten (zie foto) en dus totaal ongeschikt als een huis voor een Minister. Ik besloot om actie te ondernemen. Met het maandelijkse inkomen dat ik kreeg berekende ik dat ik, verspreid over een periode van 5 jaar, een stuk grond kon kopen en daarop een huis van lokale natuursteen kon laten bouwen. Mijn aanzien, mijn sociale status was veranderd en zo’n huis zou dit in de ogen van mijn gemeenschap, in de ogen van mijn Luhya stam, alleen maar verhogen. Het toeval wilde dat ik in staat was om een stukje grond pal naast mijn ‘rural compound’ te kopen. Ik nam een geldlening en liet een huis ontwerpen. In oktober 2014 begon de aannemer met de bouw.

Een nieuw huis voor een nieuwe toekomst
Al vele jaren heb ik mijn familie en vrienden verteld dat ik ooit eens een ’Member of Parliament’ (kamerlid van het centrale parlement van Kenia) als afgevaardigde voor Kakamega County wilde worden. Dus dit huis moest een huis worden voor een toekomstig kamerlid van het Centrale Parlement! Dat is de reden waarom het ontwerp eruit ziet als dat van een klein landhuis. Aan de buitenkant ziet het er prestigieus uit, maar naar Europese normen is het van binnen zeer bescheiden. Ik wilde wel aanzien, maar geen persoonlijke luxe. Dat zou niet in overeenstemming zijn met de karakters van zowel mijn vrouw als mijzelf. Toen ik in maart 2015 werd ontslagen moest de bouw van het huis, wegens geldgebrek, helaas worden stopgezet (zie foto). Na Gerards bezoek aan mij en mijn familie in augustus 2015, hebben Tineke en hij er daarna voor gezorgd dat in ieder geval de buitenkant van het huis kon worden afgebouwd, inclusief het dak. Alhoewel er nog van alles aan de binnenkant moet gebeuren en eigenlijk nog niet echt bewoonbaar is, ben ik er toch met mijn familie in midden december 2015 ingetrokken.

Waarom ik een goede vertegenwoordiger als ‘National Member of Parliament voor Kakamega County’ zou zijn
Na mijn ontslag als County Minister ontving ik heel veel reacties van mensen van mijn kiesdistrict Ikolomani alsook uit de hele provincie om te zeggen hoe teleurgesteld zij waren dat ik was ontslagen. Ik ben geboren en opgegroeid in Ikolomani. Ik draag alle kenmerken van een persoon van dit gebied. Ikolomani is het armste gebied in het westen van Kenia. Ik heb hetzelfde geleden als de meesten van deze inwoners vandaag nog doen. Ik weet wat het is om zo arm te zijn. Ik ben één van hen. Ik begrijp hun situatie als geen ander. Ik heb mijn hele leven gevochten. De meeste gevechten heb ik gewonnen. Tegen alle verwachtingen in was ik in staat onderwijs te krijgen. Onder moeilijke omstandigheden ben ik in staat geweest om mijn studie aan de Universiteit van Nairobi te voltooien. Door gelukkige omstandigheden ben ik erin geslaagd om een opleiding in Den Haag te volgen en ‘Master’ te worden. Dat zijn de gevechten die ik heb gestreden en met Gods onwankelbare en niet aflatende steun, gewonnen! Ik ben de aangewezen persoon die in staat is om met de mensen in Ikolomani te spreken en hen te laten zien welke richting zij moeten inslaan om uit deze armoede te komen. Ik ben een Master student op het gebied van armoede! Toen ik Minister was, had ik een persoonlijk programma dat erop gericht was om een enorm probleem, dat de armste van de armen treft, te bestrijden: jiggers. Ik heb een studie gemaakt van het probleem en daar een rapport van gemaakt van 17 pagina’s, Gerard heeft een kopie daarvan. Gedurende mijn campagne heb ik veel mensen met jiggers in Ikolomani persoonlijk behandeld (zie foto).

Jiggers
Toen Gerard mij interviewde en mij vroeg om over mijn leven te praten alsook over mijn ambities voor de toekomst, noemde ik het woord ‘jiggers.’ Hij had nog nooit van dit fenomeen gehoord. Inmiddels heeft Gerard onderzoek gedaan en heeft hij de nodige informatie over dit onderwerp gevonden. Wat ik hier wil doen is een beschrijving geven van de sociale gevolgen dat dit verschrikkelijke insect heeft op het leven van zo veel van mijn arme provinciegenoten. Jiggers zijn insecten (een soort zandvlooien), die in blote voeten, benen en handen binnendringen. Zodra het een menselijk lichaam is binnengegaan, voedt het zich met het menselijke vlees en legt eitjes. Daarna wordt de geïnfecteerde huid erg pijnlijk. Als Minister van Kakamega County had ik een anti-jigger programma. Ik weet dat jiggers een belangrijke belemmeringsfactor zijn voor de ontwikkeling van mensen. Op een keer had ik gehoord dat een oude man in mijn dorp bijna dood ging omdat hij met jiggers was geïnfecteerd. Ik regelde een behandeling voor hem, hij genas en kon weer lopen. Tijdens mijn anti-jigger campagne kwam ik met veel mensen in contact. Ik benaderde zowel bedrijven als het ministerie van Volksgezondheid en vroeg hen om mij te helpen in mijn gevecht tegen het jigger probleem. Verschillende hiervan hebben een bijdrage geleverd aan mijn campagne, alhoewel helaas lang niet voldoende. De campagne bestreek heel Ikolomani en bereikte ongeveer een kwart van de doelgroep. Nadat ik was ontslagen, werd het programma, spijtig genoeg, stopgezet. 

Het effect van jiggers
Jiggers vergroten de armoede onder de mensen op de volgende manieren:

  1. Jiggers leiden tot slechte prestaties op school en dus slechte vooruitzichten in het leven.
  2. Jiggers zorgen voor de verspreiding van ziekten zoals HIV/AIDS vooral onder leerlingen en studenten. Dat komt omdat ze de naalden delen, waarmee ze jiggers uit hun voeten proberen te verwijderen, zich niet realiserend dat dit hun gezondheid in gevaar kan brengen.
  3. Jiggers maken iemand maatschappelijk ongewenst, nutteloos en een mislukkeling.
  4. Jiggers hebben mensen in Ikolomani economisch nog armer gemaakt. Een met jiggers besmet persoon kan namelijk niet op het land werken omdat aangetaste handen en voeten niet in contact kunnen komen met de aarde wanneer deze, door de zon, heet is. Het is gewoon te pijnlijk. Zo’n persoon zal dan niet in staat zijn om voor zijn of haar familie te zorgen.
  5. Jiggers hebben het aantal doden in de besmette gebieden verhoogd waardoor de levensverwachting in Ikolomani erg laag is.
  6. Jiggers heeft ertoe geleid dat intelligente scholieren en studenten hun hoop in het leven verliezen. Het resultaat hiervan is dat zij vaak alcoholist worden.
  7. Als gevolg van de moeilijkheid om jiggers te behandelen, geven de meeste mensen de moed op en schrijven de oorzaak van het probleem toe aan hekserij of een familievloek.

Tot slot
Het jigger probleem in Ikolomani is enorm. Volgens de statistieken van de regering, is Ikolomani het armste kiesdistrict in West Kenia. Als er een manier is om de financiële middelen te krijgen om jiggers te bestrijden kan ik het programma, dat ik had terwijl ik Minister was, doen herleven om diegenen die besmet zijn te helpen. De Ikolomani mensen identificeren mij met mijn vroegere anti-jigger campagne. Het is een programma dat mij na aan het hart ligt. Het is iets dat ik ontzettend graag wil aanpakken. Ik hoop dat ik ooit hiertoe in staat wordt gesteld.

Jamin in gesprek met zijn moeder
die naast hem woont.

 

Jamin tijdens zijn beëdiging als
‘Executive Committee Member’

Het lemen huisje van 6x5m.
van Jamin en zijn gezin

Jamin Muliru behandelt een jong patiëntje.