010-4189868 support@gertin.nl

Het levensverhaal van Jamin Muliru

Achtergrond
Tijdens Gerards bezoek aan Jamin Muliru in augustus 2015 vroeg hij aan Jamin of hij zijn levensverhaal wilde vertellen. Zijn verhaal is wel wat lang geworden, maar het geeft de lezer een goede indruk wat het is om als arm en vrijwel kansloos kind in Kenia op te groeien. Het doorzettingsvermogen en positiviteit van Jamin is ongelooflijk. Wij vinden het een eer om hem onze vriend te mogen noemen.

De strijd in mijn jeugd
Mijn naam is Jamin Shitsukane Muliru. Ik ben geboren op 21 mei 1968 in Kakamega County in West-Kenia. Ik ben het vijfde kind in een familie van 15 broers en zussen, van wie sommigen zijn overleden. Toen ik werd geboren, waren de dingen nog niet zo slecht. Mijn vader leefde nog en als kind verwachtte ik dat er goede dingen zouden gebeuren. Echter, mijn vader stierf in 1976 toen ik 8 jaar oud was. Ik begreep niet precies wat er aan de hand was, maar ik besefte wel dat er een groot probleem was. De realiteit was dat mijn moeder alleen achterbleef. Omdat haar ouders geen geld hadden, is zij nooit naar school geweest. Daarom kan zij niet lezen of schrijven en dus was het moeilijk voor haar om werk te vinden. Het was dan ook een groot probleem voor haar om voor zo’n grote familie te zorgen. Ook moest zij dit helemaal alleen doen, omdat onze andere familieleden hadden besloten om er niet bij betrokken te raken. Blijkbaar hadden de familieleden geoordeeld dat de problemen van het opvoeden van zoveel kinderen hun financiële middelen te boven zou gaan. Vreemd genoeg zochten deze familieleden weer contact met mij nadat ik mijn universitaire studie had afgerond. Mijn moeder werkte bij mensen op het land. Zij bewerkte het land door te wieden en gewassen te planten. Soms deed zij ook huishoudelijk werk. Zij pakte van alles aan om ons van eten te voorzien. Eén van de dingen die ze vaak deed was in plaats van haar lunch zelf op te eten, bewaarde zij die om mee naar huis nemen om het aan ons te kunnen geven. Toen we naar school gingen, werd alles nog moeilijker. Er waren tijden dat er absoluut niets te eten was wanneer wij thuis kwamen. Het was een hele moeilijke tijd om in zulke bittere armoede te leven.

Mijn eerste school
Net als mijn broers en zussen moest ik naar school. Ik ging naar de dagschool ‘Lusui Primary (basis) School.’ In 1986 kwalificeerde ik mij voor een school voor uitzonderlijke studenten, genaamd de ‘Musingu High School.’ Toen ik de toelatingsbrief van de school ontving, voelde ik me heel trots. Wij waren echter niet in staat om het schoolgeld van zo’n prestigieuze school te betalen. Er scheen zelfs geen hoop voor mij te zijn om naar de lokale school te gaan. Gelukkig werd ik, na alles op alles te hebben gezet, toegelaten tot de ‘Makhokho Secondary School’ (een dorpsschool). Alhoewel de kosten voor deze school laag waren, kon mijn moeder zich ook dit niet veroorloven. Daarom werkte zij bij deze school door de tuin bij te houden, waarvoor zij €4,00 per maand ontving. Dit werd dan automatisch bijgeschreven als bijdrage aan mijn schoolgeld.

Het schoolgeld zelf verdienen
Hier een voorbeeld van wat ik zelf deed om aan schoolgeld te komen: Mijn broer en ik hadden thuis een aantal eucalyptusbomen geplant. In de loop der jaren waren zij erg groot geworden. Ik vroeg het hoofd van de school of ik het schoolgeld in natura mocht betalen door hem het hout van de bomen te leveren. Hij ging akkoord. Tijdens avonden en weekenden heb ik een aantal bomen omgehakt en het hout opgestapeld. Dit nam behoorlijk wat tijd in beslag. Op een dag, toen ik op school zat, werd ik uit de klas geroepen en gaf het hoofd van de school mij de opdracht om het hout met de klaarstaande vrachtwagen te gaan ophalen en het naar school te brengen.

Het eindexamen in gevaar
Tot aan de vierde klas bleef het schoolgeld een moeilijk probleem. In de 4e klas wordt er van je verwacht je in te schrijven voor het eindexamen, maar ik was niet in staat om het geld bij elkaar te brengen en ook had ik nog een achterstand met het gewone schoolgeld. Daarom weigerde het hoofd van de school mij aan te melden voor het eindexamen. Hij vertelde me dat hij mijn naam niet naar de ‘Kenya National Examination Council’ (exameninstituut) wilde sturen. Het was uiteraard moeilijk voor mij dat ik na 4 jaar studeren niet in staat was om examen te doen. Juist ook omdat ik in die 4 jaar heel hard had gewerkt, had deze situatie een grote impact op mij. Ook had ik gedurende deze 4 jaar altijd het beste resultaat behaald bij de overgangsexamens aan het einde van elk jaar, behalve voor één korte periode nadat ik een ongeluk had gehad en een maand van school moest wegblijven om te herstellen. Op de een of andere manier slaagde ik er toch in om het examengeld bij elkaar te schrapen. Toch weigerde het hoofd van de school nog steeds om mij voor het eindexamen aan te melden. Mijn beste vak op school was wiskunde. Toevalligerwijs was mijn wiskundelerares de vrouw van het hoofd van de school. Ik besloot naar haar huis te gaan en legde haar mijn situatie uit. Ik vertelde haar dat ik geen eindexamen mocht doen, ondanks het feit dat ik nu wèl het examengeld kon betalen. Zij vroeg me om de volgende ochtend naar het hoofd van de school te gaan. De volgende dag ging ik dus naar het kantoor van het hoofd van de school. Hij zei niets tegen me, maar strekte zijn hand uit voor het geld. Toen schreef hij mijn naam op het examen registratieformulier en gaf het aan mij terug. Dat was een hele gelukkige dag voor mij. Blijkbaar had zijn vrouw hem ervan overtuigd om mij in te schrijven omdat ik heel goed in wiskunde was. Zonder haar hulp zou ik niet zijn geregistreerd om deel te nemen aan het examen van ‘Kenya Certificate of Secondary Education (KCSE).’ Dat zou het einde zijn geweest van mijn studies.

De universiteit en het geldprobleem
Van de 80 studenten hadden slechts 2 studenten zich gekwalificeerd om te worden toegelaten tot de universiteit. Ik was één van die twee. Ik voelde me zo trots. Ik beschouwde het als God die Zijn wonderen deed. Dat was geweldig. Ik had mij gekwalificeerd om naar de ‘University of Nairobi’ in Nairobi te gaan om een ‘bachelor’s degree’ te behalen. De onderwerpen die ik koos waren Aardrijkskunde en Sociologie. Hoewel ik mijzelf had gekwalificeerd, was ik zo arm dat ik niet eens een schooltas had om mijn boeken in te vervoeren, laat staan de €6,00 voor vervoer naar de universiteit. De persoon die mij het geld hiervoor gaf, was mijn parlementslid Joseph Mugalla. Ik liep een paar kilometers naar zijn huis, legde hem mijn situatie uit en kreeg €20,00 van hem. Daardoor kon ik aan mijn leven aan de universiteit te beginnen.

Geld bleef een groot probleem.
Toen ik op de universiteit zat, kreeg ik tijdens het eerste en tweede jaar een lening. Deze lening kwam van de ‘Higher Education Loans Board,’ een orgaan dat leningen verstrekt aan studenten. Maar na mijn tweede jaar werd de lening, wegens bezuinigingen, gereduceerd en kregen de studenten het advies om financiering ergens anders te zoeken. Eén manier om aan geld te komen was door met een professor te praten, die uit mijn omgeving kwam: Professor Muganzi. Hij kende mijn moeder, had ook mijn vader gekend, wist hoeveel kinderen er waren in onze familie en kende ons armoedeprobleem. Dus vroeg ik hem of hij aan de Universiteit zou willen vragen om mij een beurs van 6.000 KES (€60,00) te geven om me in staat stellen verder te gaan met mijn studie. Hij schreef een brief aan de universiteit en ik ontving de beurs. Het daaropvolgende jaar, het 4e jaar, was ik niet zo gelukkig. De professor was zo vriendelijk om wederom een brief te schrijven, maar ik kreeg de beurs niet. Ik benaderde het parlementslid van mijn kiesdistrict Ikolomani, de heer Joseph Mugalla die ik al eerder heb genoemd. Mr. Mugalla was ook de secretaris-generaal van de ‘Central Organisation of Trade Unions’ (vakbonden) (COTU). Ik vroeg hem of ik eventueel voor zijn organisatie zou kunnen werken. Ik zei dat ik bereid was om in de avonduren, tijdens de weekends en schoolvakanties te werken om het geld voor de universiteit, KES 6.000,00 (€60,00), plus een beetje meer voor briefpapier, kleding en soms voor voedsel, bij elkaar te verdienen. Hij was zo goed om mijn aanbod te accepteren en zo heb ik het geld voor het resterende jaar bij elkaar verdiend.

Geslaagd!
Uiteindelijk kwalificeerde ik met een ‘Second Class Honours degree, Upper Division in Geography and Sociology.’ Dat was wederom een grote hindernis die ik had genomen; presteren op de Universiteit ondanks heel moeilijke omstandigheden. Om dit te illustreren: soms had ik een paar dagen honger omdat ik geen €0,30 had om op de campus iets te eten te kopen.
De reden hiervoor was dat ik ook het schoolgeld betaalde voor mijn twee broers Benard en Salomon, die op dat moment allebei op de middelbare school zaten. Dus nam ik het geld, bedoeld voor mijn onderhoud, ging naar de scholen van mijn broers, betaalde hun schoolgeld en keerde dan terug naar Nairobi. Op deze wijze had ik geen of weinig geld over en had wederom honger. Vanwege al deze uitdagingen beschouw ik mijn voltooiing van het universitair onderwijs als een grote prestatie in mijn leven.

Het begin van mijn carrière
Na mijn studie ging ik terug naar mijn MP (parlementslid) Joseph Mugalla en vroeg hem of hij mij een baan zou kunnen geven om te kunnen overleven. Hij wilde me weer helpen! Ik ben begonnen in de boekhouding als klerk, toen werd ik een boekhoud assistent en uiteindelijk, na het volgen van een cursus boekhouding in Israël, accountant. Helaas kwam er in 2005 een einde aan mijn baan omdat Mr. Mugalla overleed. Voor zijn overlijden had hij het COTU leiderschap overgedragen aan een nieuwe secretaris-generaal, die allemaal nieuwe mensen aanstelde. Daarna bleef ik bijna 2,5 jaar lang zonder werk. Gedurende die tijd besloot ik om leraar religie te worden door het geven van catechismusklassen voor Quakers. Ik was namelijk door mijn moeder opgevoed als een Quaker en tot aan de dag van vandaag ben ik dat nog steeds.

Ons leven in een ‘ongeplande woonwijk’ in Nairobi
In 1999 heb ik mijn vrouw Rose ontmoet. Onze zoon Carlos is geboren in 2000 en onze dochter Sandrah in 2005, ironisch genoeg het jaar dat ik werd ontslagen als accountant. Gedurende deze jaren woonden we in Nairobi in een wat een ‘ongeplande woonwijk’ wordt genoemd. Dat is iets beter dan een sloppenwijk, maar niet veel. Ik ben bekend met sloppenwijken omdat ik tussen 1995-1998 in verscheidene sloppenwijken van Nairobi heb gewoond, zoals; ‘Kwangware Slum’, ‘Huruma Slum’ (in Kiswahili betekent ‘Huruma’ genade of barmhartigheid…!) en ‘Mathare North Slum’. Een sloppenwijk wordt gekenmerkt door huizen met muren gemaakt van golfplaten en het is heel normaal dat er ongezuiverd rioolwater vlak langs de huizen stroomt. Een ongeplande woonwijk is een beetje beter in die zin dat het een iets betere behuizingen heeft. Het is er iets schoner en een klein beetje veiliger met betrekking tot diefstal en geweld. Om aan geld te komen ben ik bezig geweest mensen Multi-Level Marketing te leren. Ook heb ik geleerd hoe je een acupunctuur machine moet gebruiken. Ik kocht een boek daarover, kocht een acupunctuur-machine en behandelde mensen met verschillende aandoeningen. Op een gegeven moment ben ik een kleine kiosk begonnen waar ik onder meer melk, suiker, luciferdoosjes en andere kleine dingen verkocht. Dat waren de  verschillende manieren waardoor ik kon overleven en voor mijn familie kon zorgen.

I.S.S. Den Haag
Gedurende die tijd ontmoette ik een oude vriend van de universiteit die me vertelde dat hij erin was geslaagd om bij een universiteit in Nederland te gaan studeren. Ik was meteen geïnteresseerd en vroeg hem om mij meer informatie te geven. Blijkbaar waren er beurzen beschikbaar. Niet iedereen komt hiervoor in aanmerking. Het al of niet toegelaten worden hangt af van de omstandigheden van elke aanvrager. Zo is mijn avontuur in Nederland begonnen. De universiteit was het ‘Institute of Social Studies (ISS)’ in Den Haag. Eerst moest ik mij voor deze studie aanmelden. Pas als ik aangenomen was kon ik mij opgeven om in aanmerking te komen voor een beurs. Het was een moeilijk proces, maar uiteindelijk had ik het geluk dat ik werd geaccepteerd. Toen ik in 2007 een beurs kreeg toegewezen van ISS in Den Haag, sprak ik daarover met mijn vrouw. Ik wilde namelijk haar steun krijgen, want met alle problemen waarmee we te maken hadden in Nairobi was het erg moeilijk om haar met de twee kinderen alleen achter te laten. Rose vertelde me dat als het Gods bedoeling was dat we die weg moesten bewandelen, we deze beter konden nemen. De graad van ISS in Den Haag was een ‘Master of Arts degree in Development Studies,’ met als specialisatie bevolking, armoede en sociale ontwikkeling. Armoede is iets wat ik mijn hele leven meegemaakt heb en wat nog steeds om mij heen zweeft. Vandaar dat ik besloot om juist armoede te gaan studeren; de oorzaken ervan, hoe het zich ontwikkelt en, nog belangrijker, hoe eraan te kunnen ontsnappen.

Mijn ontmoeting met Gerard en Tineke
Nadat ik in Den Haag was aangekomen en met mijn lessen was begonnen, was één van de eerste dingen die ik wilde weten of er een Quaker gemeenschap in de buurt was. Gelukkig was er zo’n gemeenschap in Den Haag. Hier ontmoette ik Gerard & Tineke Nederpel. Ze waren direct zo belangstellend en warm voor mij en daarom voelde ik mij tot hen aangetrokken. Gedurende de tijd die ik in Nederland doorbracht, hadden we regelmatig contact met elkaar. Gerard was zo vriendelijk om mij verschillende interessante plaatsen in Nederland te laten zien, waar hij mij trots een aantal bijzondere dingen liet zien.
Zo bezochten wij Neeltje Jans in Zeeland, de stormvloedkering in de Nieuwe Waterweg bij Maassluis toen het die dag werd gesloten (wat slechts één keer per jaar gebeurt), de Afsluitdijk en een paar andere dingen die Nederland zo bijzonder maken. Daarnaast ondernamen Gerard en Tineke actie met sommige andere Quakervrienden, toen zij zich er achter kwamen met hoe weinig geld ik probeerde rond te komen en daarmee ook nog mijn familie in Kenia probeerde te ondersteunen. Ik herinner me ook hoe zij een keer met een bos bloemen bij mij op bezoek kwamen in Den Haag, nadat ik een ongeval met mijn fiets had gehad.

Mijn andere werkzaamheden in Nederland
Tijdens mijn verblijf in Nederland heb ik ook hand- en spandiensten voor een aantal andere Quakervrienden gedaan waarvoor ze mij betaalden. Op deze manier slaagde ik erin €1000,00 te sparen die ik in december 2008, toen ik mijn studie had afgerond, met mij mee terug naar Kenia wilde nemen. Maar er ging iets mis in het banksysteem toen ik probeerde het geld naar Kenia over te maken. Het geld was weg. Ik wist niet wat ik hieraan kon doen en vroeg Gerard om hulp. Tineke en hij leenden me onmiddellijk de €1000,00. Gerard sprak met de bank en loste het probleem op. Na mijn terugkeer in Kenia heb ik hen het geld meteen terugbetaald.

Mijn terugkeer naar Kenia
Na mijn terugkomst in Kenia duurde het enige tijd voordat ik een baan kreeg. Uiteindelijk had ik het geluk om een baan te krijgen bij het ‘Ministry of Youth affairs and Sports’ (Ministerie van Jeugd en Sport) bij de centrale regering als een ‘Youth Officer’ (jeugd ambtenaar). Ik was gevestigd in Murang’a in Centraal-Kenia. Ik heb dit werk van 2010 tot 2013 gedaan. Mijn verantwoordelijkheden omvatten:

  • Implementatie van ‘Youth Employment Programmes’ (programma’s met betrekking tot werkgelegenheid voor jongeren).
  • Entrepreneurship Training (ondernemerschapstraining) jongeren.
  • Implementation of Youth Internship Policy (uitvoering van stageplaatsen voor jonge mensen).
  • Het uitvoeren van ‘Youth Empowerment Clinics’ in partnerschap met belanghebbenden.
  • Het bewust maken van jongeren van HIV / AIDS en andere seksuele aandoeningen.
  • Implementatie van de ‘Youth Volunteer Scheme’ (vrijwilligers programma voor jongeren).
  • Samenwerking met de belanghebbenden voor ‘Youth Environment, Conservation and Management.’
  • Het uitvoeren van campagnes over de gevaren van misdaad, drugs en drugsmisbruik.
  • Finaliseren van een actieplan voor ‘jeugd met speciale behoeften’ en ‘jeugd en de verschillen tussen de beide geslachten’.
  • Het toezicht houden en evalueren van de gebruikmaking van geldmiddelen en fondsen.
  • Het toezicht houden en evalueren van de impact van kleine beurzen en subsidies voor jeugdgroepen.

Mijn aanstelling en ontslag als Minister in ‘County Government’
In 2013 nam ik ontslag van de baan bij het ‘Central Government Ministry’ (centrale overheid) omdat ik een advertentie had gelezen over een positie van Minister in ‘the County Government of Kakamega’ (provinciale regering van Kakamega). Ik moest een lang proces doorlopen van gesprekken en interviews en ik werd doorgelicht door de ‘County Assembly’ (provincie comité). Na dit proces ging het resultaat terug naar de gouverneur. Ik had een interview met hem en zijn afgevaardigde. Uiteindelijk werd ik door de gouverneur benoemd en werd ik beëdigd (zie foto).
Dit was iets heel bijzonders want er waren oorspronkelijk 1.200 sollicitanten waarvan er 120 werden gekozen voor een eerste gesprek. Van dit aantal werden er slechts 10 benoemd en ik was één van hen! Het was een groot wonder dat ik werd gekozen, omdat de meeste andere kandidaten tijdens de verkiezingscampagne van de gouverneur aan zijn campagne hadden deelgenomen. Ik had dit niet gedaan en daarom dacht ik dat ik vrijwel geen kans had om te worden gekozen. Dus uit al diegenen die in mijn kiesdistrict van Ikolomani van circa 100.000 mensen hadden gesolliciteerd, kwalificeerde ik me, kreeg ik de baan. Dit was zo iets speciaals. Dit overtuigde me ervan dat niets onmogelijk is in deze wereld.

Mijn verantwoordelijkheden als Minister
Om een idee te geven wat mijn taken als minister voor Arbeid, Sociale Diensten, Cultuur, Jeugd, Sport en Kinderen waren heb ik het volgende overzicht gemaakt:

  • Formulering en presentatie van de notities van het kabinet, vergaderingsnotulen en andere beleidskwesties afkomstig van mijn ministerie aan het kabinet, County Assemblee en de Senaat
  • Reageren op County vergaderingen of op vragen van de senaatscommissie
  • Het verstrekken van aanwijzingen en het begeleiden van het State Department over te voeren beleidskwesties
  • Het benoemen van Raadsleden voor openbare instellingen die onder mijn ministerie vielen in overeenstemming met hun respectievelijke statuten
  • Implementatie van National ‘Manpower’ (arbeidskrachten), Beleid en Ontwikkeling
  • De uitvoering van het werkgelegenheidsbeleid
  • Arbeidsverhoudingen
  • Bevordering van de eigen werkgelegenheid in micro-ondernemingen
  • Industriële training
  • Toegepaste technologie
  • Uitvoering van het beleid over gelijkheid van vrouwen en mannen, kinderen en sociale ontwikkeling
  • Gelijkheid van vrouwen en mannen in de ontwikkeling van de County
  • De ondernemingsgeest van vrouwen steunen
  • Promotie en coördinatie van vrijwilligerswerk
  • Sociaal welzijn voor kwetsbare mensen
  • Gemeenschappelijke ontwikkeling
  • Programma’s voor kinderen en ontwikkeling
  • Implementatie van nationaal erfgoed beleid
  • De uitvoering van het nationale cultuur beleid
  • Musea
  • Historische plaatsen
  • Bevordering van cultuur
  • Bibliotheek diensten
  • Ontwikkeling van beeldende kunst
  • Jeugdbeleid
  • Steun aan het ‘Youth Enterprise Fund’ (jeugd ondernemingsfonds)
  • Implementatie van sport beleid
  • Bevordering van sport
  • Ontwikkeling en coördinatie van sport
  • Uitvoering van het nationaal sociaal beleid
  • ‘Inter-County’ spelen

Mijn aanstelling en plotselinge ontslag
Het contract dat ik in juni 2013 had getekend, was voor een periode van 5 jaar. Ik kreeg een goed salaris. Ik verdiende namelijk netto 159.000,00 Keniaanse shilling per maand, dat is ongeveer €1.590,00. Daarnaast waren er aantrekkelijke vergoedingen voor elke dag die ik niet op mijn kantoor doorbracht. Omdat ik van tijd tot tijd Nairobi bezocht, reizen maakte naar Oeganda, Frankrijk en de Verenigde Staten, betekenden deze vergoedingen een aanzienlijk extra inkomen. Dit soort geld had ik in mijn hele leven nog nooit gezien. Met dit geld kon ik veel doen, maar niet om er een luxe leventje op na te houden. Ik wilde het gebruiken als basis voor een beter leven voor zowel mijn familie als voor de mensen in mijn ‘County’ (provincie). Toen ik minister werd, was ik de nummer drie in Kakamega County, een provincie van bijna 2 miljoen mensen. Ik heb deze functie bijna twee jaar lang uitgevoerd, toen op 17 maart 2015 de gouverneur die mij had benoemd, Mr. Wycliffe Oparanya plotseling, zonder voorafgaande waarschuwing, in een openbare persconferentie aankondigde dat hij zijn kabinet had heringedeeld en dat ik, samen met een andere County Minister, was vervangen. Met andere woorden: ik werd op staande voet ontslagen en mijn 5-jarig contract werd eenzijdig beëindigd. Een reden werd niet gegeven. Ik was plotseling zonder baan en zonder inkomen! Dit was een ontstellend grote schok voor mij, mijn familie en de mensen uit mijn kiesdistrict Ikolomani. In juni 2016 heeft de rechter een uitspraak gedaan dat dit ontslag onrechtmatig was. Het belangrijkste hiervan is dat mijn naam is gezuiverd. Of ik ooit nog geld zal zien, waar ik recht op heb, valt te bezien. De gouverneur heeft namelijk hoger beroep aangetekend!

Mijn status in mijn gemeenschap
Toen ik minister werd, werd ik geconfronteerd met de kwestie van status. Dat lijkt misschien wat vreemd voor iemand uit Nederland, maar ik zal het proberen uit te leggen. Eenmaal verheven tot de functie van County Minister, één van de hoogste functies in de provincie, wordt er op een heel andere manier naar je gekeken. Plotseling wordt het belangrijk in wat voor soort woning je woont, wat voor soort meubels je in huis hebt (voor bezoekers om op te zitten), het soort kleren dat jij en je gezin draagt, het soort auto waarin je rijdt (die ik niet heb en nog steeds niet bezit), enzovoort. Dat wordt allemaal beoordeeld, maar het gaat verder. Je gezinsleven wordt onderzocht. Vormen jij en je vrouw een gelukkig paar of is er onvrede in je huwelijk? Hoe staat het met de kinderen? Krijgen ze een goede opleiding, naar wat voor soort scholen gaan zij? Als de gouverneur ontdekt dat iemand onder erbarmelijke omstandigheden leeft, kan men zijn baan verliezen, eenvoudigweg omdat die persoon een schande is voor de provinciale regering. Met dit in gedachten keek ik naar mijn situatie. Ik ben gelukkig getrouwd met mijn vrouw Rose die mij door dik en dun steunt. Alle drie onze kinderen gaan naar goede scholen. Mijn vrouw en ik heb altijd van elke luxe in het leven afgezien, alleen maar om door de jaren heen (en met de hulp van Gerard & Tineke) het schoolgeld van de kinderen te kunnen betalen. Dus mijn familie stond boven alle kritiek. Maar hoe zat het met onze leefomstandigheden? Ons huisje op ons stukje grond was gebouwd van leem en golfplaten (zie foto) en dus totaal ongeschikt als een huis voor een Minister. Ik besloot om actie te ondernemen. Met het maandelijkse inkomen dat ik kreeg berekende ik dat ik, verspreid over een periode van 5 jaar, een stuk grond kon kopen en daarop een huis van lokale natuursteen kon laten bouwen. Mijn aanzien, mijn sociale status was veranderd en zo’n huis zou dit in de ogen van mijn gemeenschap, in de ogen van mijn Luhya stam, alleen maar verhogen. Het toeval wilde dat ik in staat was om een stukje grond pal naast mijn ‘rural compound’ te kopen. Ik nam een geldlening en liet een huis ontwerpen. In oktober 2014 begon de aannemer met de bouw.

Een nieuw huis voor een nieuwe toekomst
Al vele jaren heb ik mijn familie en vrienden verteld dat ik ooit eens een ’Member of Parliament’ (kamerlid van het centrale parlement van Kenia) als afgevaardigde voor Kakamega County wilde worden. Dus dit huis moest een huis worden voor een toekomstig kamerlid van het Centrale Parlement! Dat is de reden waarom het ontwerp eruit ziet als dat van een klein landhuis. Aan de buitenkant ziet het er prestigieus uit, maar naar Europese normen is het van binnen zeer bescheiden. Ik wilde wel aanzien, maar geen persoonlijke luxe. Dat zou niet in overeenstemming zijn met de karakters van zowel mijn vrouw als mijzelf. Toen ik in maart 2015 werd ontslagen moest de bouw van het huis, wegens geldgebrek, helaas worden stopgezet (zie foto). Na Gerards bezoek aan mij en mijn familie in augustus 2015, hebben Tineke en hij er daarna voor gezorgd dat in ieder geval de buitenkant van het huis kon worden afgebouwd, inclusief het dak. Alhoewel er nog van alles aan de binnenkant moet gebeuren en eigenlijk nog niet echt bewoonbaar is, ben ik er toch met mijn familie in midden december 2015 ingetrokken.

Waarom ik een goede vertegenwoordiger als ‘National Member of Parliament voor Kakamega County’ zou zijn
Na mijn ontslag als County Minister ontving ik heel veel reacties van mensen van mijn kiesdistrict Ikolomani alsook uit de hele provincie om te zeggen hoe teleurgesteld zij waren dat ik was ontslagen. Ik ben geboren en opgegroeid in Ikolomani. Ik draag alle kenmerken van een persoon van dit gebied. Ikolomani is het armste gebied in het westen van Kenia. Ik heb hetzelfde geleden als de meesten van deze inwoners vandaag nog doen. Ik weet wat het is om zo arm te zijn. Ik ben één van hen. Ik begrijp hun situatie als geen ander. Ik heb mijn hele leven gevochten. De meeste gevechten heb ik gewonnen. Tegen alle verwachtingen in was ik in staat onderwijs te krijgen. Onder moeilijke omstandigheden ben ik in staat geweest om mijn studie aan de Universiteit van Nairobi te voltooien. Door gelukkige omstandigheden ben ik erin geslaagd om een opleiding in Den Haag te volgen en ‘Master’ te worden. Dat zijn de gevechten die ik heb gestreden en met Gods onwankelbare en niet aflatende steun, gewonnen! Ik ben de aangewezen persoon die in staat is om met de mensen in Ikolomani te spreken en hen te laten zien welke richting zij moeten inslaan om uit deze armoede te komen. Ik ben een Master student op het gebied van armoede! Toen ik Minister was, had ik een persoonlijk programma dat erop gericht was om een enorm probleem, dat de armste van de armen treft, te bestrijden: jiggers. Ik heb een studie gemaakt van het probleem en daar een rapport van gemaakt van 17 pagina’s, Gerard heeft een kopie daarvan. Gedurende mijn campagne heb ik veel mensen met jiggers in Ikolomani persoonlijk behandeld (zie foto).

Jiggers
Toen Gerard mij interviewde en mij vroeg om over mijn leven te praten alsook over mijn ambities voor de toekomst, noemde ik het woord ‘jiggers.’ Hij had nog nooit van dit fenomeen gehoord. Inmiddels heeft Gerard onderzoek gedaan en heeft hij de nodige informatie over dit onderwerp gevonden. Wat ik hier wil doen is een beschrijving geven van de sociale gevolgen dat dit verschrikkelijke insect heeft op het leven van zo veel van mijn arme provinciegenoten. Jiggers zijn insecten (een soort zandvlooien), die in blote voeten, benen en handen binnendringen. Zodra het een menselijk lichaam is binnengegaan, voedt het zich met het menselijke vlees en legt eitjes. Daarna wordt de geïnfecteerde huid erg pijnlijk. Als Minister van Kakamega County had ik een anti-jigger programma. Ik weet dat jiggers een belangrijke belemmeringsfactor zijn voor de ontwikkeling van mensen. Op een keer had ik gehoord dat een oude man in mijn dorp bijna dood ging omdat hij met jiggers was geïnfecteerd. Ik regelde een behandeling voor hem, hij genas en kon weer lopen. Tijdens mijn anti-jigger campagne kwam ik met veel mensen in contact. Ik benaderde zowel bedrijven als het ministerie van Volksgezondheid en vroeg hen om mij te helpen in mijn gevecht tegen het jigger probleem. Verschillende hiervan hebben een bijdrage geleverd aan mijn campagne, alhoewel helaas lang niet voldoende. De campagne bestreek heel Ikolomani en bereikte ongeveer een kwart van de doelgroep. Nadat ik was ontslagen, werd het programma, spijtig genoeg, stopgezet. 

Het effect van jiggers
Jiggers vergroten de armoede onder de mensen op de volgende manieren:

  1. Jiggers leiden tot slechte prestaties op school en dus slechte vooruitzichten in het leven.
  2. Jiggers zorgen voor de verspreiding van ziekten zoals HIV/AIDS vooral onder leerlingen en studenten. Dat komt omdat ze de naalden delen, waarmee ze jiggers uit hun voeten proberen te verwijderen, zich niet realiserend dat dit hun gezondheid in gevaar kan brengen.
  3. Jiggers maken iemand maatschappelijk ongewenst, nutteloos en een mislukkeling.
  4. Jiggers hebben mensen in Ikolomani economisch nog armer gemaakt. Een met jiggers besmet persoon kan namelijk niet op het land werken omdat aangetaste handen en voeten niet in contact kunnen komen met de aarde wanneer deze, door de zon, heet is. Het is gewoon te pijnlijk. Zo’n persoon zal dan niet in staat zijn om voor zijn of haar familie te zorgen.
  5. Jiggers hebben het aantal doden in de besmette gebieden verhoogd waardoor de levensverwachting in Ikolomani erg laag is.
  6. Jiggers heeft ertoe geleid dat intelligente scholieren en studenten hun hoop in het leven verliezen. Het resultaat hiervan is dat zij vaak alcoholist worden.
  7. Als gevolg van de moeilijkheid om jiggers te behandelen, geven de meeste mensen de moed op en schrijven de oorzaak van het probleem toe aan hekserij of een familievloek.

Tot slot
Het jigger probleem in Ikolomani is enorm. Volgens de statistieken van de regering, is Ikolomani het armste kiesdistrict in West Kenia. Als er een manier is om de financiële middelen te krijgen om jiggers te bestrijden kan ik het programma, dat ik had terwijl ik Minister was, doen herleven om diegenen die besmet zijn te helpen. De Ikolomani mensen identificeren mij met mijn vroegere anti-jigger campagne. Het is een programma dat mij na aan het hart ligt. Het is iets dat ik ontzettend graag wil aanpakken. Ik hoop dat ik ooit hiertoe in staat wordt gesteld.

Jamin in gesprek met zijn moeder
die naast hem woont.

 

Jamin tijdens zijn beëdiging als
‘Executive Committee Member’

Het lemen huisje van 6x5m.
van Jamin en zijn gezin

Jamin Muliru behandelt een jong patiëntje.

Jamin’s life story

Background
During Gerard’s visit to Jamin Muliru in August 2015 he asked Jamin if he would tell him his story about his life. His story is perhaps a little long, but it gives the reader a good impression of what it is like to grow up in Kenya as a poor and underprivileged child. Jamin’s perseverance and optimism is unbelievable. We find it an honour that we may call him a friend of ours.

My early struggle in life
My name is Jamin Shitsukane Muliru. I was born on 21st of May 1968 in Kakamega County in Western Kenya. I am the 5thchild in a family of 15 siblings, some of whom have died. When I was born, things were not so bad. My father was still alive and as a child I expected good things to happen. However, my father died in 1976 when I was 8 years old. I did not clearly understand what was going on, but I did realise there was a problem. The reality was that my mother was now alone. As her parents did not have money, she never went to school. Therefore she cannot read or write and hence it was difficult for her to find work. It was a great problem for her to care for such a large family. Also, she had to do this on her own because our relatives decided not to get involved. Apparently they judged the problems of raising so many children to be beyond their financial means. Strangely enough, it was only after I qualified with my studies that my relatives sought contact again. My mother used to work on people’s land, tilling the land, weeding, planting crops and sometimes doing domestic jobs in order to provide us with food. One of the things she frequently did was forego her lunch. Instead of eating her lunch, she kept it aside, in order to take it home and to give it to us instead. Especially when we went to school, things became even more difficult. There were times that there was absolutely nothing to eat when we came home. This situation really left us in a bad state as we lived our lives in abject poverty.

My first school
Just like my siblings I had to go to school. I attended Lusui Primary school. In 1986, I qualified to join a special school for high performers called Musingu High School. When I received the admission letter, I felt extremely proud of myself. However, I was unable to raise the high fees of such a prestigious school. There seemed to be no hope for me even to join a local school. Luckily, after a strenuous effort I joined Makhokho Secondary School (a Village high school) in form 1. Those fees were low although still too much for my mother to afford. Therefore she worked at this school as a gardener and her pay, which was Euro 4,00 per month, was automatically put towards my tuition fees.

Earning the school fees by myself
Here follows an example how I raised some of the money for my school fees. At home my brother and I had planted some eucalyptus trees. Over the years they had become very tall. I asked the school Principal if I could pay the school fees ‘in kind’ by supplying him with wood. He accepted. During some evenings and weekends, I cut some of the trees down and made stacks of timber. It took a while before it was collected. One day while in school, I was called out of class and was told by the Principal to go and load the wood on the lorry that was outside my classroom and bring the timber back to school.

My final exam in danger
School fees remained a difficult issue. In form 4 one is supposed to be registered for the final exam, but I was unable to raise the money for that and I also still had fees arrears. Therefore the Principal refused to register me. He told me he would not send my name to the Kenya National Examination Council (examining body). So it was difficult for me that after finishing 4 years of study I was not going to be able to take the exam. I had problems coping with this situation because during those 4 years I had worked very hard and had been the best performer in class examinations at the end of every one of the 12 terms, except for one term when I had an accident and had to stay away for one month in order to recover. Somehow I managed to raise some money, but still the Principal refused to register me for the exam. My best subject at school was Mathematics. The teacher who taught Mathematics happened to be the wife of the Principal. She was, like the Principal, from India. I decided to pay her a visit at home. I explained my situation to her and told her that I was not allowed to sit my exam even although I now had the money. She told me to see the Principal the following morning. The next day when I went to the Principal’s office he did not say anything, but just held out his hand for the money. He then wrote my name on the examination registration sheet and handed it to me. That was a lucky day for me. Seemingly his wife had convinced him to register me, because I was very good at Mathematics. Without her help I would not have been registered to sit for the Kenya Certificate of Secondary Education (KCSE) examination. That would have been the end of my studies.

The University and the money problem
Of the 80 students, only 2 of them qualified to be admitted to the University. I was one of those two. I felt so proud. I regarded it as God doing his miracles. That was great. I qualified to join the University of Nairobi in Nairobi city in order to obtain a Bachelor’s Degree in Arts. The subjects I chose were Geography and Sociology. Although I had qualified, I was so poor that I did not even have a schoolbag to carry my books in, let alone the 6 Euro’s for transport to go to the University. The person who gave me the money for this was my Member of Parliament, Joseph Mugalla. I walked several kilometres to his home, explained my situation to him and was given 20 Euro’s. With this money I started my life at the University.

Money remained a big problem
When I was at the University I obtained a loan during the first and second year. This loan came from the Higher Education Loans Board, a body which provides loans to students. But after my second year, the loan was reduced and the students were advised to seek finance elsewhere. One way I got some money was by talking to a professor who came from my home area: Professor Muganzi. Professor Muganzi knew my mum, had known my father, knew how many children there were in our family and he knew about our poverty. So, I asked him if he would plead with the University to give me a bursary of 6.000 KES (60 Euro’s) to enable me to continue with my studies. He wrote a letter to the University administration and I received the bursary. The following year, the 4th year, I was not so lucky. The professor kindly wrote a letter again but I was not given the bursary. I approached the Member of Parliament of my Constituency Mr. Joseph Mugalla again whom I have already mentioned. Mr. Mugalla was also the Secretary General of the Central Organization of Trade Unions (COTU). I asked him if I could possibly work for his organisation as I was willing to work in the evenings, during weekends and school holidays so as to raise my fees of KES 6,000 (60 Euro’s), plus a little more for stationery, clothes and food once in a while. He kindly agreed and that is how I raised the money for the remaining year.

Graduated!
Finally, I graduated with a Second Class Honours degree, Upper Division in Geography and Sociology. That was another big hurdle I had overcome, performing at University despite difficult circumstances. To illustrate that: sometimes I went hungry for a couple of days because I did not have the 0,30 Euro cents to have something to eat at the campus. The reason was that I used to pay the school fees for my 2 brothers Benard and Solomon who were in High School at that time. So I took the money which was meant for my upkeep, went to the schools of my brothers and paid the fees for them. Then I returned to Nairobi which left me with little or no money thus I went hungry again. Because of all these challenges I regard my completion of University education and performance as a big achievement in my life.

The start of my career
After my degree, I went back to my MP Joseph Mugalla and asked him if he could give me a job in order to survive. He agreed! I started in the accounts department as a clerk, then I became an accounts assistant and finally an accountant after taking a course in accounts in Israel. However, in 2005 my job ended because Mr. Mugalla died after he had handed over the COTU leadership to a new Secretary General who wanted to bring in new people. I remained without a job for almost 2,5 years. During that time I decided to become a Religious teacher by giving Catechism classes for the Quakers. I was brought up by my mother as a Quaker and I remain one to this day.

Our life in the ‘unplanned residential area’ of Nairobi
In 1999 I met my wife Rose. Our son Carlos was born in 2000 and our daughter Sandrah in 2005, ironically the year I was sacked from my accountancy job. During those years we lived in Nairobi in what is called an ‘unplanned residential area’. This is just a little bit better than a slum, but not much better. I am familiar with slums, having lived in several slums from 1995 to 1998 such as Kwangware slum, Huruma Slum (in Kiswahili Huruma means Mercy…) and Mathare North slum. A slum is characterised by houses made of corrugated sheet walls and it is normal to find raw sewage passing in front of the houses. An unplanned settlement is a little better in the sense that it has slightly better dwellings, it is a bit cleaner and a bit more secure from robbery and thuggery. In order to make some money I taught people Multi-Level Marketing. I also learned how to use an acupuncture machine. I bought the book, bought the acupuncture machine and treated people with various conditions. At some point I had a small kiosk where I was selling things such as milk, sugar, matchboxes and other small things. Those were the ways I was surviving to take care of my family.

I.S.S. The Hague
During that time I met an old University friend of mine who told me that he had managed to join a University in the Netherlands. I was immediately interested and asked him to give me more details. Apparently there were scholarships available. Not everyone can get that. Whether or not one qualifies depends on the circumstances of every applicant. So that is where my adventure in The Netherlands began. The University was the Institute of Social Studies (I.S.S.) in the Hague. First of all I needed to apply for the course and, once admitted, one can then apply for a scholar ship. It was a difficult process but finally I was lucky enough to be accepted. So in 2007 when I received the scholar ship from I.S.S. in The Hague, I talked with my wife. I wanted to get her support because with all the problems we were facing, it was very difficult to leave her behind with the two children. Rose told me that if God has planned that we go that route we better take it. The degree was a Master of Arts Degree in Development Studies specializing in Population, Poverty and Social Development. Poverty is something which I have experienced all my life and which is still hovering around me. I thought let me learn about this thing poverty. The causes of it, how it develops and, most importantly, how to get out of it.

My meeting with Gerard and Tineke
After having arrived in The Hague and having started my classes one of the first things I wanted to know was if there was a Quaker community in the area. Fortunately there was one in The Hague. That is where I met Gerard & Tineke Nederpel. They were so warm to me and this is one thing that drew me close to them. During the time I spent in Holland we had regular contact with each other. Gerard kindly took me to several interesting places to visit in the Netherlands where he proudly showed me some of the things such as Neeltje Jans in Zeeland, the Storm Surge Barrier in the New Waterway at Maassluis near Rotterdam when it was being closed which happens only once a year, the ‘Afsluitdijk’ in the North of Holland and a few other things which makes the Netherlands so special. In addition Gerard and Tineke undertook some action with their Quaker Friends at the time when they realised on how little money I was trying to survive on (and support my family back home). I also remember how they came to visit me in my room with a bunch of flowers after I had an accident with my bicycle.

My other work in Holland
During my stay in Holland I also did some manual work for some Quaker friends for which I was paid. This way I managed to save €1000,00 which I wanted to take back home with me to Kenya in December 2008 when I had finished the course. Something went wrong in the banking system when I tried to remit the money to Kenya. I did not know what to do so I asked Gerard for assistance. He (and Tineke) immediately lent me the €1000,00 and he talked to the bank in order to solve the problem. It was solved and upon my return to Kenya I refunded them the money straight away.

My return to Kenya
After I came back to Kenya it took some time before I got a job. I was fortunate to become an employee in the Ministry of Youth affairs and Sports in the Central Government as a Youth Officer. I was based in Murang’a in Central Kenya. I held this job from 2010 to 2013. My responsibilities included:

  • Implementation of Youth Employment Programmes.
  • Entrepreneurship Training for Youth.
  • Implementation of Youth Internship Policy
  • Conducting Youth Empowerment Clinics in Partnership with Stakeholders.
  • Make Youth aware of HIV/AIDS and other Sexual Health Issues.
  • Implementation of Youth Volunteer Scheme.
  • Collaboration with Stakeholders on Youth Environment, Conservation and Management.
  • Conducting Campaigns on Dangers of Crime, Drugs and Substance Abuse.
  • Finalizing Action Plan on Youth with Special needs and Youth and Gender.
  • Monitoring & Evaluation of Utilization of Funds.
  • Monitoring & Evaluation of the Impact of Small Grants on Youth Groups.

My appointment as Minister of the County Government
In 2013 I resigned from the Central Government Ministry job, because I had read an advertisement about a position of Minister in the County Government of Kakamega. I had to go through a whole process of interviews, being questioned and vetted by the County Assembly. After that process it goes back to the Governor. I had an interview with him and his deputy. Finally I received the appointment from the Governor. This was quite an achievement as there were originally 1200 applicants out of which 120 were chosen for an interview. Out of those only 10 got an appointment and I was one of them! This was almost a miracle that I was chosen since most other applicants had participated in politics during election time when the Governor was elected. I had not done any of that hence I originally thought I had no chance to land the job. So out of all those who applied in my Constituency of 92.000 people, I qualified, I got the job. This was so special to me. This convinced me that nothing is impossible in this world.

My responsibilities as a County Minister:
Om een idee te geven wat mijn taken als minister voor Arbeid, Sociale Diensten, Cultuur, Jeugd, Sport en Kinderen waren heb ik het volgende overzicht gemaakt:

  • Formulation, presentation and articulation of cabinet Memoranda, Sessional Papers and other Policy issues emanating from my Ministry to the Cabinet, County Assembly and Senate
  • Responding to County Assembly or Senate Committee questions
  • Providing policy direction and guiding the state department on policy issues to be implemented
  • Appointing Board members for Public Institutions falling under my Ministry in accordance with their respective statutes
  • Implementatie van National ‘Manpower’ (arbeidskrachten), Beleid en Ontwikkeling
  • Implementation of Employment Policy
  • Industrial Relations
  • Promotion of Self Employment in Micro and Small Enterprises
  • Industrial Training
  • Applied Technology
  • Implementation of Policies on Gender, Children and Social Development
  • Gender Mainstreaming into County Development
  • Support to Women Enterprise Development
  • Promotion and Co-ordination of Volunteer Services
  • Social Welfare for Vulnerable people
  • Community Development
  • Programmes for Children Care and Development
  • Implementation of National Heritage Policy
  • Implementation of National Culture Policy
  • Museums
  • Historical Sites
  • Promotion of Culture
  • Library Services
  • Development of Fine, Creative and Performing Arts
  • Implementation of Youth Policy
  • Support Youth Enterprise Fund
  • Implementation of Sports Policy
  • Promotion of Sports
  • Development and Co-ordination of Sports
  • Implementation of National Social Policy
  • Inter-County games

My dismissal
The contract I signed in June 2013 was for a period of 5 years. I had a good salary as I was earning net 159.000,00 Kenyan shillings per month, which is about €1590,00. In addition there were very attractive daily allowances for any day spent away from my office. As I visited Nairobi from time to time and made trips to Uganda, France and the United States these allowances meant a substantial extra income. This kind of money I had never seen in my entire life. With this money I could do so much. Not in order to have a lavish lifestyle, but I wanted to use it in order to lay a foundation for a secure future for both my family and a better life for the people of my County. When I became a Minister, I was number three in the County in terms of ranking, a County of almost 2 million people. I carried out this function for close to two years when on the 17th March 2015 the Kakamega Governor Wycliffe Oparanya suddenly, and without any prior warning, announced at a public press conference that he had reshuffled his cabinet and that I, together with another County Minister, had been replaced. In other words I had been dismissed and my 5 year contract was one-sidedly terminated. No reason was given. I was out of a job! This was a great shock to me, my family, relatives and people from my constituency. In June 2016 a judge declared that my dismissal was unconstitutional. The importance of this judgment is that my name was cleared. Whether I shall ever receive the money which is owed to me remains to be seen. The Governor has namely lodged an appeal!

My status in my community
When I became a Minister I was faced with the issue of status. This may seem to be somewhat odd to a European, but I shall try to explain. Once elevated to the prestigious function of County Minister, one of the highest functions in the County, one is being looked at in a different way. Suddenly it becomes important what kind of house you live in, what kind of furniture you have in the house (for visitors to sit on), the kind of clothes you and your family wear, the kind of car you drive (which I did not have and still don’t possess), etc. That is all being judged, but it goes further. Also your family life is being scrutinised. Do you and your wife form a happy couple or is there any discontent in your marriage? How are the children? Do they receive a good education, what kind of schools do they go to? If the Governor discovers that someone is living under miserable conditions one can lose one’s job because that person is a disgrace to the Government.
With this in mind I looked at my situation. I am happily married with my wife Rose who supports me through thick and thin. All our 3 children attend good schools. My wife and I have always foregone any luxuries in life just to be able to pay for their school fees over the years (and with the assistance from Gerard & Tineke from time to time). So my family was beyond criticism, but what about our living conditions? Our rural home, built of clay and corrugated steel on our small family compound, is totally unsuitable as a house for a Minister. I decided to take action. With the income I was receiving I calculated that over a 5 year period I could buy a plot of land and build a house out of natural stone. My stature, my social status had changed and such a house would only enhance this in the eyes of my Community, in the eyes of my Luhya people. As luck would have it I was able to buy a small plot of land right next to my rural compound. I negotiated a loan and had a house designed by an architect. The contractor started building the house in October 2014.

A new house for a new future
For a number of years I have told my family and friends that one day I wanted to become a Member of Parliament (of the Central Government of Kenya) as Representative of Kakamega County. So when I was constructing the house, I was constructing a house for a Member of Parliament to be! That is why the design is that of a small mansion. It looks prestigious, but all the rooms are very small by European standards. I wanted outward prestige, but no personal luxury. That would not be in keeping with the characters of both my wife and I. When I was dismissed in March 2015 the construction of the house had to be stopped because of lack of funds (see photo). After Gerard’s visit to me and my family in August 2015 he and Tineke have provide the funds so that the house could be finished on the outside, including the all-important roof. Although the inside remains unfinished and is not really in a habitable state, I and my family have nevertheless moved in in the middle of December of 2015.

Why I consider myself a good representative for Kakamega County as National Member of Parliament
After my dismissal as County Minister I received many calls from people of my Constituency and the County at large to say how disappointed they were that I had been dismissed. I was born and bred in this constituency. I bear all the characteristics of a person of this constituency. My Constituency is the poorest one in Western Kenya. I have suffered the same as most of these constituents still do today. I know what it is like to be so poor. I am one of them. I understand their plight as no-one else. I have fought all my life. Most battles I have won. Against all odds I have been able to go to school. Under difficult circumstances I have been able to finish my studies at the University of Nairobi. By fortunate circumstance I have managed to follow the Arts course in The Hague and become a Master. Those are the kind of battles I have fought and, with God’s unwavering support, I have won. I am the best person who is able to talk to my people in my Constituency to show them which direction to take to get out of this poverty. I am a Master student in the poverty area. When I was a Minister, I had my personal programme in order to combat a huge problem which faces the poorest of the poor: Jiggers. I made an in-depth study of the problem and drew up a 17 page report of which Gerard has a copy. During my campaign I personally treated many people in my constituency who were infected by Jiggers (see photo).

Jiggers
When Gerard interviewed me and asked me to talk about my life thus far and my ambitions for the future I mentioned Jiggers. He had never heard of this phenomenon. Meantime Gerard has done some research on this issue and has found all the necessary information on this subject. What I want to do here is to describe the social impact this terrible insect has on the lives of so many of my poor constituents. Jiggers are insects ( a kind of a sand flea) which enters bare feet, legs and hands. Once it has entered a human body it feeds on its flesh and lays eggs. That is when the infected skin becomes very painful. As already mentioned, I had an anti-jigger campaign programme when I was a Minister of my Ikolomani Constituency. I know that jiggers are a major hindering factor to development. I once heard that an elderly person within my village was nearly killed by being infested with jiggers. I arranged treatment for him, he was healed and able to walk again. During my anti-jigger campaign I came in contact with people, I talked to companies and the Ministry of Health to help me fight the jigger menace. They contributed something to the campaign. Although the campaign was not well financed it did cover the whole Constituency reaching about one quarter of the target population. After I was dismissed, the programme was, very unfortunately, stopped.

The impact Jiggers has
Jiggers propagate the poverty cycle among the people in the following ways:

  1. Jiggers lead to poor performances in school and hence poor prospects in life.
  2. Jiggers aid the spread of diseases such as HIV/Aids especially among pupils and students because they share the needles with which they remove jiggers from their feet not realising this may endanger their health.
  3. Jiggers render a human being socially unwanted, useless and seemingly a misfit.
  4. Jiggers have economically impoverished Ikolomani Constituency people. A jigger infested person can’t work on the land or do any farm work because jigger infested legs and hands cannot come in contact with the soil when it’s hot outside. It is just too painful. Such a person will then neither be able to feed him/herself nor fend for his or her family.
  5. Jiggers have exacerbated the number of deaths in infested areas bringing down life expectancy in my Constituency.
  6. Jiggers have led bright pupils and students to losing their hope in life. The result of this is often that those unfortunates turn into alcoholics.
  7. Due to the difficulty encountered to treat jiggers, most people surrender fast, hence attributing the problem to witchcraft, or to some family curse. This is a desperate way of justifying a problem because such a person then lacks the capacity and willpower to fight and defeat it.

A final word
The jigger problem in my Constituency of Ikolomani is enormous. According to government statistics, Ikolomani is the poorest Constituency in Western Kenya. If there is a way to obtain resources to fight jiggers, I can revive the programme I had whilst in office in order to help those infested. I am identified by the Ikolomani people because of my anti-jigger campaign. It is my pet programme. It is the one thing I wish to tackle again as soon as I am in a position to do so. I hope and pray that this may soon be the case.

Jamin talking to his mother who lives next door to him.

 

Jamin being sworn in as Executive Committee Member.

The mud dwelling of 6 x 5 metres of Jamin and his family.

Jamin treating a young patient.

[:nl _i=”0″ _address=”0″ /][:en _i=”2″ _address=”2″ /][: _i=”4″ _address=”4″ /]